woensdag 29 juni 2011

Hoe het begon

In april besloot ik een sabbatical te nemen. Dat was na een avondje kletsen met een goede vriendin. Ik was toe aan een volgende stap in mijn loopbaan, maar kon maar moeilijk bedenken welke stap het moest zijn. Inhoudelijk kan ik voldoende van mijn energie, kennis en expertise in mijn baan kwijt. Ik heb ontzettende leuke collega’s, twee fantastische bazen (beiden vrouwen van mijn leeftijd) en mag voor de beste gedeputeerde van Nederland werken. Ik word goed gewaardeerd en ik heb veel vrijheid om mijn werk te doen. Kortom: waarom zou ik een switch maken?
Toch zijn er signalen: ik ben moe. ’s Avonds heb ik weinig energie meer over. Ik ben altijd bereikbaar, ook op een vrije dag, al doe ik alsof dat niet zo is. Ik check mijn mail en ik heb altijd mijn telefoon aan en bij me. Mijn brein staat niet stil. Dat maakt me waarschijnlijk moe.
De bureaucratie op mijn werk irriteert me en dat uit zich in gemopper en cynisme; geen goed teken.
En ik heb een passie ontwikkeld: schrijven. Samen met een (andere) vriendin heb ik een manuscript voor een boek gemaakt, dat ik graag wil afmaken. Bovendien heb ik veel ideeën voor korte verhalen en volgende boeken. Maar wanneer doe ik dat? In mijn vrije tijd? Die is schaars en bovendien ben ik dan moe of heb andere leuke dingen te doen, zoals afspreken met vrienden of voorbereiden voor etentjes voor vrienden bij ons thuis.

Een bekend dilemma voor veel werkenden. En dan heb ik niet eens kinderen!
Ik droomde van een bestaan met heel veel vrije tijd waarin ik achter mijn laptop, omringd door mijn poezen en met uitzicht op onze geweldige achtertuin aan het ene boek na het andere zou werken. Ik zou ongelimiteerd kunnen schrijven en echt ontdekken wat dit voor mij betekent. En hopelijk een boek uitgegeven krijgen.
En daar had ik het over met die goede vriendin. Het gesprek gaf me de bevestiging dat ik iets anders moest gaan doen, maar gaf me nog geen houvast in welke richting ik wilde zoeken. Mijn baan zomaar opzeggen is geen optie.
Toen zei mijn vriendin: ‘waarom neem je geen sabbatical?’. Mijn eerste reactie was: ‘Ja hallo, dat kan toch helemaal niet. Wie betaalt dat?’ en legde de suggestie naast me neer. Maar ze drong nog wat aan en het zaadje was geplant en liet me niet meer los.
Er liggen nu dus 26 weken van vrije tijd voor me. Tijd die ik zelf mag indelen en die ik mag besteden aan schrijven. En daarnaast aan koken, tuinieren, het huis, de poezen en niet te vergeten mijn man. Kortom: aan al die leuke dingen die het leven, naast werken, zo aangenaam maken.
Over mijn ervaringen, maar ook die van anderen, zal ik de komende weken schrijven op deze blog. Ik geef tips hoe je een sabbatical voorbereidt (‘hoe krijg ik mijn baas zover?’), hoe je vermijdt in de bekende valkuilen te stappen (planning en structuur), hoe je een buitenlands verblijf tot een succes maakt en hoe je een sabbatical kunt financieren. Kortom: een ‘Sabbatical voor beginners’-blog.

Volgende keer: ‘Hoe vertel ik het mijn baas?’.

dinsdag 28 juni 2011

Wat doe je als je overal tijd voor hebt?

Ga je dan alles doen, of doe je juist helemaal niets?
Bij alles wat ik doe ben ik me er van bewust dat ik een sabbatical heb. Letterlijk alles: koffie maken in mijn nieuwe espressoapparaatje op het gas (‘heb ik nu lekker de tijd voor, want ik heb een sabbatical'); foto’s opzoeken na de reünie met oud-collega’s van ruim 25 jaar geleden (‘ga ik scannen en opsturen. Heb ik nu lekker de tijd voor, want ik heb een sabbatical'). Enzovoorts. En telkens als ik het denk, moet ik lachen en kan ik maar nauwelijks geloven dat ik pas op 1 december weer aan het werk hoef. Dat is nog 23 weken.
De eerste drie weken van mijn sabbatical begonnen met een vakantie in Italië en dat was een mooie start. Ik heb het ‘zwarte gat’ vermeden, waar wel eens voor wordt gewaarschuwd als je met (vervroegd) pensioen gaat. Ik weet dus niet of er een zwart gat geweest zou zijn en of dat er ook is bij een sabbatical. Wel weet ik dat het een heerlijk gevoel is om de maandag na de vakantie niet naar het werk te hoeven. Iedereen kent dat gevoel aan het eind van de vakantie: ‘duurde het nog maar een tijdje langer, deze vrijheid bevalt me wel.’ Dat die vrijheid voor mij nog tot 1 december duurt, maakt ontzettend blij en voelt tegelijkertijd onwennig. Wat moet ik met al die vrije tijd? Ja, een boek schrijven, dat was de bedoeling. Maar wanneer doe ik dat? Ik wil mezelf geen structuur of planning opleggen, want dat waren juist ook zaken waar ik even zonder wilde. Oké, geen planning dan en eerst maar eens genieten van deze eerste dagen thuis. Het is kloteweer, het regent en het is koud. Moet ik verdorie de verwarming ook nog aanzetten om het een beetje aangenaam te hebben thuis. Sokken aan, sloffen aan, fleecevest aan en genieten maar.
Die eerste ochtend heb ik een afspraak met de commissie van het Filmhuis waar ik deel van uitmaak. We gaan het nieuwe seizoen bespreken. Maar eerst een uurtje sporten. In de sportschool kom ik een buurvrouw tegen die me verbaasd vraagt waarom ik toch tijdens mijn sabbatical op het idee kom om op maandagochtend om negen uur te gaan sporten. Ga toch lekker uitslapen! Ik vind sport juist heerlijk en heb me voorgenomen om daar meer tijd aan te besteden. Nu ik niet veroordeeld ben tot de avonduren, is een maandagochtend aantrekkelijk. Maar ze zet me wel aan het denken.
De Filmhuiscommissie (vijf geweldig enthousiaste vrouwen uit de buurt en stuk voor stuk al lang gepensioneerd) leeft met me mee op deze eerste vrije dag thuis. Voorheen deden we dit soort besprekingen ’s avonds of in het weekend, rekening houdend met mijn werkagenda. Nu voel ik me voor het eerst echt onderdeel van de club. De bespreking is dan ook bij mij thuis en dat geeft een apart gevoel. Natuurlijk heb ik gezorgd voor appeltaart bij de koffie. Na afloop maak ik het verslag en stuur het naar ze toe.
Als ik aan het eind van de dag met mijn man aan de borrel zit (binnen met de kachel aan!), vraag ik me af wat ik allemaal gedaan heb. Ik maak een lijstje en wat leek op een middag met van alles en nog wat zonder echt doel of resultaat, blijkt een productieve middag te zijn geweest. En dat voelt ineens heel anders. Wel vraag ik me af of het leven zonder planning zal gaan werken.
De volgende dagen verlopen vergelijkbaar. Alles kan, alles mag, niets moet. Maar dat is natuurlijk niet zo. Ik zal moeten kiezen, of een lijstje moeten aanleggen van de dingen die ik naast het schrijven wil doen. En misschien is een planning toch niet zo’n gek idee. Eén ochtend slaap ik tot half tien. Voor mij een record sinds jaren. Ik voel me er bijna schuldig over. Maar: het mag want ik heb een sabbatical.
Aan het eind van de week kom ik tot een definitieve conclusie ( gedurende de week heb ik zeker drie keer verschillende conclusies getrokken): ik heb behoefte aan structuur en er is niets mis met een planning. Ik besluit de eerste helft van de week te wijden aan het schrijven en de tweede helft aan andere zaken, die ik niet inplan. Het weekend blijft het weekend voor mijn man en mij en anderen. Ik spreek ook met mezelf af dat ik deze planning ook best mag aanpassen als het anders uitkomt. Mijn belangrijkste conclusie van deze eerste week thuis is: je hebt deze week nodig om te voelen wat het betekent om een half jaar vrij te mogen invullen. Als je al ruim 30 jaar werkt, zoals ik, ligt de structuur vast en pas je de rest van je programma er op aan. Nu mag ik het zelf bepalen en blijkt dat een structuur toch fijn is. Nu extra fijn, omdat ik hem zelf mag bedenken. Het is dus belangrijk een eerste week van een sabbatical over je heen te laten komen en je bewust te worden van wat er met je gebeurt. Ik had nooit gedacht dat dat zo zou werken.