woensdag 2 januari 2013

Het Stedelijk. Jammer.


Een bezoek aan het verbouwde Stedelijk Museum zou een feest kunnen zijn. Met die verwachting ging ik er naar toe op zondag 30 december. Lopend vanuit de richting van de Amerikaanse ambassade is het aanzicht op het museum aan dat grote Museumplein van internationale allure. Met de belofte van een afgerond Vincent van Goghmuseum en geen steigers of bouwborden meer bij het Rijksmuseum op de achtergrond, is de blik over het Museumplein een genot voor het oog. Je kunt de badkuip aan het Stedelijk niet mooi vinden, en dat mag best, maar groots en kosmopolitisch ziet het er zeker uit.

Er stond een niet al te lange rij op het plein voor de ingang. Het wachten duurde een kwartiertje. De draaideuren werden met tussenpozen geopend. Dat was nodig, omdat de entreehal geen grote stromen publiek kan verwerken. En daar begint eigenlijk direct het eerste probleem: de kassa’s staan dwars op de entree. Dus als je binnenkomt staan de rijen van links naar rechts. Heb je je kaartje gekocht, dan moet je dus weer om die rijen heen naar de toegangspoorten, die in feite geblokkeerd worden door vijf rijen mensen. Waarom niet de kassa’s recht in de hal geplaatst, zodat je langs de kassa naar binnen kunt? Inschattingsfout of een architectonische, ruimtelijke oplossing die mij ontgaat? Ik ken musea waar je ontvangen wordt in een grote hal (ik denk aan het Metropolitan Museum en het Guggenheim in New York, de Hermitage in Amsterdam, het Denver Art Museum). Je voelt je onmiddellijk welkom en kunt eerst rustig rondkijken, je jas ophangen en pas dan een kaartje of speldje kopen en een van de ingangen kiezen om naar binnen te gaan. Toch een stuk meer ontspannen en logistiek gemakkelijker.

In het Stedelijk waren de garderobe en de kluisjes al snel vol en het bezoek was dus gedwongen met de jas over de arm door het museum te lopen. Niet handig en bovendien riskant met de kunstwerken die los in de ruimte staan opgesteld.

De nieuwe expositieruimte is mooi groot en ruim. De trap er naar toe indrukwekkend. De kunst die er nu staat tentoongesteld (Mike Kelley) is niet aan mij besteed, maar dat terzijde. De vaste collectie, waarvan ik enkele stukken al sinds mijn lagere schooltijd zie, bekoort me gelukkig nog steeds.

Op naar de museumwinkel. Vaak een genot om in rond te neuzen. Vrijwel altijd koop ik er iets. Wat een teleurstelling. De gemiddele kringloopwinkel weet zijn waar aantrekkelijker uit te stallen dan deze onoverzichtelijke uitstalling van boeken. Waarschijnlijk uit het oogpunt van transparantie is er voor gekozen om de artikelen op tafels uit te stallen. Dat heeft als effect dat niets er uit springt. Voor het bekijken van boeken is het handig, maar voor andere artikelen helemaal niet. Er stonden twee stellingkasten waar wat spulletjes in stonden. Is hier geen expert bij betrokken geweest? Laatst was ik in het Bonnefantenmuseum waar ik vanwege een volkomen oninteressante expositie snel doorheen was, maar in de museumwinkel niet weg te slaan was. Hetzelfde geldt voor de winkel in het Denver Art Museum. Prachtige artikelen op een heel aantrekkelijke manier geƫtaleerd en uitgestald. In menig klein dorpsmuseum hebben ze het vaak beter begrepen. Het was een rommeltje en de artikelen die ik zag waren niet interessant of museumwinkel-waardig.

Wat een missers. Het maakte op mij niet de indruk van een grootstedelijk, internationaal georiƫnteerd museum en zeker niet voorbereid op grote stromen publiek. Jammer.

Nog een tip: houd het toegangskaartje bij je nadat je je jas of tas hebt weggebracht. Als je de winkel ingaat, heb je het kaartje nodig om er weer uit te komen.