Dat zijn er nogal wat, die indrukken. Logisch in zo’n stad. Bovendien nog maar drie dagen na de herdenking van 9/11; de beelden van tien jaar geleden die eindeloos herhaald werden op tv en de herdenking zelf zaten nog in mijn hoofd. En dan ben je er ineens heel erg dichtbij. Vooral ook omdat het weer vergelijkbaar was met tien jaar geleden: blauwe hemel, zon, redelijk warm. Aangenaam. Maar toen wreed verstoord. Een paar keer hoorde ik een vliegtuig boven de stad dat hetzelfde geluid maakte als het tweede vliegtuig dat toren 2 in boorde. Ik realiseerde me ter plekke dat er duizenden mensen in New York moeten zijn die met een trauma rondlopen, die misschien wel even wegduiken bij het horen van dat geluid.
Het antwoord op de vraag ‘Waar was je tien jaar geleden op 11 september?’, is voor mij glashelder te beantwoorden: op mijn werk (toen bij de gemeente Leeuwarden), nerveus proberend contact te krijgen met mijn man die in Washington zat. Het vliegtuig op het Pentagon was nog niet neergestort. Toen dat gebeurde, werd ik ook bang. Gelukkig was mijn man veilig en was het ‘enige’ probleem: wanneer kan hij weer naar huis? Het luchtruim was immers afgesloten voor onbepaalde tijd en niemand die kon voorspellen of het bij deze aanslag zou blijven of dat er nog meer zouden volgen. Godzijdank is hij veilig thuisgekomen na een paar zenuwslopende dagen.
Het antwoord op de vraag ‘Waar was je tien jaar geleden op 11 september?’, is voor mij glashelder te beantwoorden: op mijn werk (toen bij de gemeente Leeuwarden), nerveus proberend contact te krijgen met mijn man die in Washington zat. Het vliegtuig op het Pentagon was nog niet neergestort. Toen dat gebeurde, werd ik ook bang. Gelukkig was mijn man veilig en was het ‘enige’ probleem: wanneer kan hij weer naar huis? Het luchtruim was immers afgesloten voor onbepaalde tijd en niemand die kon voorspellen of het bij deze aanslag zou blijven of dat er nog meer zouden volgen. Godzijdank is hij veilig thuisgekomen na een paar zenuwslopende dagen.
Maar dat was tien jaar geleden. Nu waren we een week in NYC om er vooral van te genieten. Mijn vorige – en enige – bezoek aan New York was in 1985, ook een week. Dat was tijdens mijn verblijf van een half jaar in Miami. Toen liep ik in mijn eentje de stad af en probeerde alles wat ik zag op me in te laten werken. Mijn conclusie toen was: ‘hier wil ik wel wonen.’ Ik ben Amsterdammer en voelde me er thuis.
Ik ben er nooit gaan wonen, maar mijn ervaring deze week kwam in de buurt van het gevoel van toen: wat een geweldige stad. Wat een aangename stad. Wat een leven, spirit, activiteit. En wat een mogelijkheden. Ik zal jullie niet belasten met een opsomming van de dingen die we gedaan en bezocht hebben, maar me beperken tot de zaken die me opvielen. En ze vielen me op omdat ik ze, denk ik, niet verwachtte.
Ik ben er nooit gaan wonen, maar mijn ervaring deze week kwam in de buurt van het gevoel van toen: wat een geweldige stad. Wat een aangename stad. Wat een leven, spirit, activiteit. En wat een mogelijkheden. Ik zal jullie niet belasten met een opsomming van de dingen die we gedaan en bezocht hebben, maar me beperken tot de zaken die me opvielen. En ze vielen me op omdat ik ze, denk ik, niet verwachtte.
Central Park is een veilig park. Dat is wel eens anders geweest. Als vrouw alleen kun je er ’s avonds doorheen lopen, zonder problemen. De kans dat je er aangevallen, overvallen, beroofd, aangerand of vermoord wordt, zijn klein. Of, niet groter dan op een vergelijkbare plek, en misschien zelfs kleiner. En overdag is het een bruisend park, waar honderden mensen joggen, fietsen, wandelen, picknicken en doorheen lopen op weg naar hun werk. Met de caffé-latte van Starbucks in de ene hand, de mobiele telefoon in de andere en muziek in de oren. Op makkelijke schoenen en de schoenen met hoge hakken in de tas. In het weekend verdubbelt het aantal renners en fietsers en uiteraard hebben wij meegedaan met dit sportieve volk. En het werkt zeer stimulerend, al die joggers om je heen. Van oud tot jong, van langzaam tot marathonniveau.
In het zakelijke district van NYC, dat is rondom Times Square en verder naar beneden, zijn de kantoormensen netjes gekleed, zoals te verwachten van Amerikanen. Mannen in pak, vaak zonder das, vrouwen in mantelpak met degelijke schoenen. Kom je iets buiten deze buurt, dan kleden de vrouwen zich een stuk modieuzer en zelfs uitdagend. Minirokken en schoenen met stilettohakken. Hoe ze het doen, de hele dag op die schoenen, is mij een raadsel, maar ze doen het. Strakke jurkjes, designer outfits, de laatste trends. Het leukst is het om tijdens de lunchpauze mensen te observeren. Men luncht buiten kantoor. Al wandelend, de vrouwen op die hoge hakken, vertrekken de kantoormensen in groepjes naar de populaire lunchplekken. En daar staan ze vervolgens in een meterslange rij, voor bijvoorbeeld Creative Salads, voor waarschijnlijk de beste salades in Town. Een paar deuren verder hebben wij heerlijk geluncht in een deli waar je je eigen bordje kon samenstellen uit een enorm aanbod van groenten, sushi, salades, pasta’s, enzovoorts. Geen rij, maar heerlijk eten. Kennelijk niet hip genoeg. Want dat telt wel heel erg mee. En waarschijnlijk is het staan in de rij ook onderdeel van het socializen. En wie weet is zo’n rij ook wel een potentiële datingmarkt.
In Soho zien de mensen er weer heel anders uit. Dit is de hippe buurt van kleine creatieve bedrijfjes op het gebied van mode, design en internet. De mensen zijn jonger en kleden zich zoals je dat verwacht van creatievellingen die willen opvallen: alles kan als het maar gek en opvallend is. Soho is een aangename buurt om rond te lopen. De huizen zijn laag, er staan bomen in de straten en veel huizen hebben stenen trappen als entree, zoals we die kennen uit de films en uit Sex and the City. Soms heb je het idee dat je op een filmset loopt, maar het is echt.
In Chelsea stikt het van de galeries en voormalige pakhuizen (het Meatpacking District). Op donderdagavond hebben de galeries openings. Je kunt dan de nieuwe aanwinsten bekijken, maar vooral is het bedoeld om gezien te worden en celebrities te spotten of misschien zelfs te spreken. Op uitnodiging van tekenares Anita Kunz hebben we een flink aantal galeries ‘gedaan’ die avond. Het publiek is weird, ik heb er geen ander woord voor. De kunst overigens ook, een enkele uitzondering daar gelaten.
Wat ook bijzonder is van NYC is dat je op slechts een half uur rijden van het centrum echt buiten bent. In de natuur met natuurparken, leuke dorpjes met cafés en galeries. Met enthousiasme gaat de New Yorker erheen, met rugzakje en wandelschoenen of mountainbike. Op zo’n plek, Palisades Interstate Park langs de Hudson River omhoog, stopten we even. Je kon de skyline van New York nog zien in de verte. Een grote parkeerplaats met een leuk café zonder fastfood, maar lekkere salades en sandwiches. En vers gezette koffie. Op een uitkijkpunt, kijkend over de Hudson River, stond een groepje mannen met grote verrekijkers en telelenzen aan de camera’s. Ze bekeken de roofvogeltrek die op dat moment langskwam. Wij keken en telden mee. En raakten al snel in gesprek. Zo’n aangenaam gesprekje over vogels. Het uitwisselen van bijzondere waarnemingen en natuurlijk het beantwoorden van de vraag: Where y’all from? Holland is altijd goed. Ze zijn er ooit geweest of kennen iemand die er vandaan komt.
Nog een half uurtje rijden verder naar het noorden en we kwamen in Beacon aan. Een slaperig stadje dat zo model kan staan voor een film over een wat dromerig meisje of dromerige jongen die in een lunchroom werkt en eigenlijk kunstenaar is en dan ontdekt wordt en naar de grote stad trekt. In Beacon is namelijk het Dia: Beacon, een museum voor moderne kunst van aanstormend talent en gevestigde kunstenaars zoals Richard Serra. Dat was ons doel. Het museum is gevestigd in een oude dozenfabriek en is het bezoeken waard. De kunst was wisselend (van aantrekkelijk, naar creatief, naar onzin), het gebouw schitterend en de bezoekers waren interessant. Echte kunstenaars, was onze conclusie. Bijzondere outfits, bijzondere schoenen en bijzondere haardracht; dat waren de meest in het oog springende aspecten. Dat wil zeggen: zwarte pakken met rode of groene hoge schoenen bij een aantal heren, losse kleden gedrapeerd om de schouders en heupen, groene en gele haren. Bij zowel dames als heren. En vooral veel brillen met zware, zwarte monturen. Vond ik persoonlijk al weer een beetje passé. Op de weg terug naar New York passeerden we een hele serie aangename provinciestadjes, die met de trein een goede verbinding hebben met NYC. In een van die stadjes wonen de Clintons: Chappaqua. Ook daar kwamen we doorheen. Hier veel chique winkels en restaurants. We vroegen ons af of die er gekomen zijn vanwege de Clintons of dat zij er zijn gaan wonen vanwege die winkels. Toch nog maar eens navragen.
En dan ben je weer terug in de City, waar het bruist en borrelt. Waar je weer mag socializen en meedoen met de hectiek. Mag? Ik denk moet. Ik voelde me er zeker weer thuis en de ontmoeting met de communicatiemanager, een vakgenoot dus, van het Metropolitan Museum Mary Flanagan deed me even mijmeren over de mogelijkheden van de stad. Het two-bedroom appartement dat naast ons appartement (West, 72 Street) te koop stond, hoefde ‘slechts’ 950.000 dollar op te leveren. Ach, ik woon toch ook heel graag en fijn in Giethoorn. Voor minder geld.
In het zakelijke district van NYC, dat is rondom Times Square en verder naar beneden, zijn de kantoormensen netjes gekleed, zoals te verwachten van Amerikanen. Mannen in pak, vaak zonder das, vrouwen in mantelpak met degelijke schoenen. Kom je iets buiten deze buurt, dan kleden de vrouwen zich een stuk modieuzer en zelfs uitdagend. Minirokken en schoenen met stilettohakken. Hoe ze het doen, de hele dag op die schoenen, is mij een raadsel, maar ze doen het. Strakke jurkjes, designer outfits, de laatste trends. Het leukst is het om tijdens de lunchpauze mensen te observeren. Men luncht buiten kantoor. Al wandelend, de vrouwen op die hoge hakken, vertrekken de kantoormensen in groepjes naar de populaire lunchplekken. En daar staan ze vervolgens in een meterslange rij, voor bijvoorbeeld Creative Salads, voor waarschijnlijk de beste salades in Town. Een paar deuren verder hebben wij heerlijk geluncht in een deli waar je je eigen bordje kon samenstellen uit een enorm aanbod van groenten, sushi, salades, pasta’s, enzovoorts. Geen rij, maar heerlijk eten. Kennelijk niet hip genoeg. Want dat telt wel heel erg mee. En waarschijnlijk is het staan in de rij ook onderdeel van het socializen. En wie weet is zo’n rij ook wel een potentiële datingmarkt.
In Soho zien de mensen er weer heel anders uit. Dit is de hippe buurt van kleine creatieve bedrijfjes op het gebied van mode, design en internet. De mensen zijn jonger en kleden zich zoals je dat verwacht van creatievellingen die willen opvallen: alles kan als het maar gek en opvallend is. Soho is een aangename buurt om rond te lopen. De huizen zijn laag, er staan bomen in de straten en veel huizen hebben stenen trappen als entree, zoals we die kennen uit de films en uit Sex and the City. Soms heb je het idee dat je op een filmset loopt, maar het is echt.
In Chelsea stikt het van de galeries en voormalige pakhuizen (het Meatpacking District). Op donderdagavond hebben de galeries openings. Je kunt dan de nieuwe aanwinsten bekijken, maar vooral is het bedoeld om gezien te worden en celebrities te spotten of misschien zelfs te spreken. Op uitnodiging van tekenares Anita Kunz hebben we een flink aantal galeries ‘gedaan’ die avond. Het publiek is weird, ik heb er geen ander woord voor. De kunst overigens ook, een enkele uitzondering daar gelaten.
Wat ook bijzonder is van NYC is dat je op slechts een half uur rijden van het centrum echt buiten bent. In de natuur met natuurparken, leuke dorpjes met cafés en galeries. Met enthousiasme gaat de New Yorker erheen, met rugzakje en wandelschoenen of mountainbike. Op zo’n plek, Palisades Interstate Park langs de Hudson River omhoog, stopten we even. Je kon de skyline van New York nog zien in de verte. Een grote parkeerplaats met een leuk café zonder fastfood, maar lekkere salades en sandwiches. En vers gezette koffie. Op een uitkijkpunt, kijkend over de Hudson River, stond een groepje mannen met grote verrekijkers en telelenzen aan de camera’s. Ze bekeken de roofvogeltrek die op dat moment langskwam. Wij keken en telden mee. En raakten al snel in gesprek. Zo’n aangenaam gesprekje over vogels. Het uitwisselen van bijzondere waarnemingen en natuurlijk het beantwoorden van de vraag: Where y’all from? Holland is altijd goed. Ze zijn er ooit geweest of kennen iemand die er vandaan komt.
Nog een half uurtje rijden verder naar het noorden en we kwamen in Beacon aan. Een slaperig stadje dat zo model kan staan voor een film over een wat dromerig meisje of dromerige jongen die in een lunchroom werkt en eigenlijk kunstenaar is en dan ontdekt wordt en naar de grote stad trekt. In Beacon is namelijk het Dia: Beacon, een museum voor moderne kunst van aanstormend talent en gevestigde kunstenaars zoals Richard Serra. Dat was ons doel. Het museum is gevestigd in een oude dozenfabriek en is het bezoeken waard. De kunst was wisselend (van aantrekkelijk, naar creatief, naar onzin), het gebouw schitterend en de bezoekers waren interessant. Echte kunstenaars, was onze conclusie. Bijzondere outfits, bijzondere schoenen en bijzondere haardracht; dat waren de meest in het oog springende aspecten. Dat wil zeggen: zwarte pakken met rode of groene hoge schoenen bij een aantal heren, losse kleden gedrapeerd om de schouders en heupen, groene en gele haren. Bij zowel dames als heren. En vooral veel brillen met zware, zwarte monturen. Vond ik persoonlijk al weer een beetje passé. Op de weg terug naar New York passeerden we een hele serie aangename provinciestadjes, die met de trein een goede verbinding hebben met NYC. In een van die stadjes wonen de Clintons: Chappaqua. Ook daar kwamen we doorheen. Hier veel chique winkels en restaurants. We vroegen ons af of die er gekomen zijn vanwege de Clintons of dat zij er zijn gaan wonen vanwege die winkels. Toch nog maar eens navragen.
En dan ben je weer terug in de City, waar het bruist en borrelt. Waar je weer mag socializen en meedoen met de hectiek. Mag? Ik denk moet. Ik voelde me er zeker weer thuis en de ontmoeting met de communicatiemanager, een vakgenoot dus, van het Metropolitan Museum Mary Flanagan deed me even mijmeren over de mogelijkheden van de stad. Het two-bedroom appartement dat naast ons appartement (West, 72 Street) te koop stond, hoefde ‘slechts’ 950.000 dollar op te leveren. Ach, ik woon toch ook heel graag en fijn in Giethoorn. Voor minder geld.
(PS: Voordat we terugkeerden naar NYC die dag hebben we een bezoek gebracht aan de Jay Walker Library. Daar wijd ik een aparte blog aan, zo bijzonder was dat.)