dinsdag 27 september 2011

De indrukken die ik te verwerken kreeg in NYC.

Dat zijn er nogal wat, die indrukken. Logisch in zo’n stad. Bovendien nog maar drie dagen na de herdenking van 9/11; de beelden van tien jaar geleden die eindeloos herhaald werden op tv en de herdenking zelf zaten nog in mijn hoofd. En dan ben je er ineens heel erg dichtbij. Vooral ook omdat het weer vergelijkbaar was met tien jaar geleden: blauwe hemel, zon, redelijk warm. Aangenaam. Maar toen wreed verstoord. Een paar keer hoorde ik een vliegtuig boven de stad dat hetzelfde geluid maakte als het tweede vliegtuig dat toren 2 in boorde. Ik realiseerde me ter plekke dat er duizenden mensen in New York moeten zijn die met een trauma rondlopen, die misschien wel even wegduiken bij het horen van dat geluid.
Het antwoord op de vraag ‘Waar was je tien jaar geleden op 11 september?’, is voor mij glashelder te beantwoorden: op mijn werk (toen bij de gemeente Leeuwarden), nerveus proberend contact te krijgen met mijn man die in Washington zat. Het vliegtuig op het Pentagon was nog niet neergestort. Toen dat gebeurde, werd ik ook bang. Gelukkig was mijn man veilig en was het ‘enige’ probleem: wanneer kan hij weer naar huis? Het luchtruim was immers afgesloten voor onbepaalde tijd en niemand die kon voorspellen of het bij deze aanslag zou blijven of dat er nog meer zouden volgen. Godzijdank is hij veilig thuisgekomen na een paar zenuwslopende dagen.
Maar dat was tien jaar geleden. Nu waren we een week in NYC om er vooral van te genieten. Mijn vorige – en enige – bezoek aan New York was in 1985, ook een week. Dat was tijdens mijn verblijf van een half jaar in Miami. Toen liep ik in mijn eentje de stad af en probeerde alles wat ik zag op me in te laten werken. Mijn conclusie toen was: ‘hier wil ik wel wonen.’ Ik ben Amsterdammer en voelde me er thuis.
Ik ben er nooit gaan wonen, maar mijn ervaring deze week kwam in de buurt van het gevoel van toen: wat een geweldige stad. Wat een aangename stad. Wat een leven, spirit, activiteit. En wat een mogelijkheden. Ik zal jullie niet belasten met een opsomming van de dingen die we gedaan en bezocht hebben, maar me beperken tot de zaken die me opvielen. En ze vielen me op omdat ik ze, denk ik, niet verwachtte.
Central Park is een veilig park. Dat is wel eens anders geweest. Als vrouw alleen kun je er ’s avonds doorheen lopen, zonder problemen. De kans dat je er aangevallen, overvallen, beroofd, aangerand of vermoord wordt, zijn klein. Of, niet groter dan op een vergelijkbare plek, en misschien zelfs kleiner. En overdag is het een bruisend park, waar honderden mensen joggen, fietsen, wandelen, picknicken en doorheen lopen op weg naar hun werk. Met de caffé-latte van Starbucks in de ene hand, de mobiele telefoon in de andere en muziek in de oren. Op makkelijke schoenen en de schoenen met hoge hakken in de tas. In het weekend verdubbelt het aantal renners en fietsers en uiteraard hebben wij meegedaan met dit sportieve volk. En het werkt zeer stimulerend, al die joggers om je heen. Van oud tot jong, van langzaam tot marathonniveau.
In het zakelijke district van NYC, dat is rondom Times Square en verder naar beneden, zijn de kantoormensen netjes gekleed, zoals te verwachten van Amerikanen. Mannen in pak, vaak zonder das, vrouwen in mantelpak met degelijke schoenen. Kom je iets buiten deze buurt, dan kleden de vrouwen zich een stuk modieuzer en zelfs uitdagend. Minirokken en schoenen met stilettohakken. Hoe ze het doen, de hele dag op die schoenen, is mij een raadsel, maar ze doen het. Strakke jurkjes, designer outfits, de laatste trends. Het leukst is het om tijdens de lunchpauze mensen te observeren. Men luncht buiten kantoor. Al wandelend, de vrouwen op die hoge hakken, vertrekken de kantoormensen in groepjes naar de populaire lunchplekken. En daar staan ze vervolgens in een meterslange rij, voor bijvoorbeeld Creative Salads, voor waarschijnlijk de beste salades in Town. Een paar deuren verder hebben wij heerlijk geluncht in een deli waar je je eigen bordje kon samenstellen uit een enorm aanbod van groenten, sushi, salades, pasta’s, enzovoorts. Geen rij, maar heerlijk eten. Kennelijk niet hip genoeg. Want dat telt wel heel erg mee. En waarschijnlijk is het staan in de rij ook onderdeel van het socializen. En wie weet is zo’n rij ook wel een potentiële datingmarkt.

In Soho zien de mensen er weer heel anders uit. Dit is de hippe buurt van kleine creatieve bedrijfjes op het gebied van mode, design en internet. De mensen zijn jonger en kleden zich zoals je dat verwacht van creatievellingen die willen opvallen: alles kan als het maar gek en opvallend is. Soho is een aangename buurt om rond te lopen. De huizen zijn laag, er staan bomen in de straten en veel huizen hebben stenen trappen als entree, zoals we die kennen uit de films en uit Sex and the City. Soms heb je het idee dat je op een filmset loopt, maar het is echt.

In Chelsea stikt het van de galeries en voormalige pakhuizen (het Meatpacking District). Op donderdagavond hebben de galeries openings. Je kunt dan de nieuwe aanwinsten bekijken, maar vooral is het bedoeld om gezien te worden en celebrities te spotten of misschien zelfs te spreken. Op uitnodiging van tekenares Anita Kunz hebben we een flink aantal galeries ‘gedaan’ die avond. Het publiek is weird, ik heb er geen ander woord voor. De kunst overigens ook, een enkele uitzondering daar gelaten.

Wat ook bijzonder is van NYC is dat je op slechts een half uur rijden van het centrum echt buiten bent. In de natuur met natuurparken, leuke dorpjes met cafés en galeries. Met enthousiasme gaat de New Yorker erheen, met rugzakje en wandelschoenen of mountainbike. Op zo’n plek, Palisades Interstate Park langs de Hudson River omhoog, stopten we even. Je kon de skyline van New York nog zien in de verte. Een grote parkeerplaats met een leuk café zonder fastfood, maar lekkere salades en sandwiches. En vers gezette koffie. Op een uitkijkpunt, kijkend over de Hudson River, stond een groepje mannen met grote verrekijkers en telelenzen aan de camera’s. Ze bekeken de roofvogeltrek die op dat moment langskwam. Wij keken en telden mee. En raakten al snel in gesprek. Zo’n aangenaam gesprekje over vogels. Het uitwisselen van bijzondere waarnemingen en natuurlijk het beantwoorden van de vraag: Where y’all from? Holland is altijd goed. Ze zijn er ooit geweest of kennen iemand die er vandaan komt.

Nog een half uurtje rijden verder naar het noorden en we kwamen in Beacon aan. Een slaperig stadje dat zo model kan staan voor een film over een wat dromerig meisje of dromerige jongen die in een lunchroom werkt en eigenlijk kunstenaar is en dan ontdekt wordt en naar de grote stad trekt. In Beacon is namelijk het Dia: Beacon, een museum voor moderne kunst van aanstormend talent en gevestigde kunstenaars zoals Richard Serra. Dat was ons doel. Het museum is gevestigd in een oude dozenfabriek en is het bezoeken waard. De kunst was wisselend (van aantrekkelijk, naar creatief, naar onzin), het gebouw schitterend en de bezoekers waren interessant. Echte kunstenaars, was onze conclusie. Bijzondere outfits, bijzondere schoenen en bijzondere haardracht; dat waren de meest in het oog springende aspecten. Dat wil zeggen: zwarte pakken met rode of groene hoge schoenen bij een aantal heren, losse kleden gedrapeerd om de schouders en heupen, groene en gele haren. Bij zowel dames als heren. En vooral veel brillen met zware, zwarte monturen. Vond ik persoonlijk al weer een beetje passé. Op de weg terug naar New York passeerden we een hele serie aangename provinciestadjes, die met de trein een goede verbinding hebben met NYC. In een van die stadjes wonen de Clintons: Chappaqua. Ook daar kwamen we doorheen. Hier veel chique winkels en restaurants. We vroegen ons af of die er gekomen zijn vanwege de Clintons of dat zij er zijn gaan wonen vanwege die winkels. Toch nog maar eens navragen.

En dan ben je weer terug in de City, waar het bruist en borrelt. Waar je weer mag socializen en meedoen met de hectiek. Mag? Ik denk moet. Ik voelde me er zeker weer thuis en de ontmoeting met de communicatiemanager, een vakgenoot dus, van het Metropolitan Museum Mary Flanagan deed me even mijmeren over de mogelijkheden van de stad. Het two-bedroom appartement dat naast ons appartement (West, 72 Street) te koop stond, hoefde ‘slechts’ 950.000 dollar op te leveren. Ach, ik woon toch ook heel graag en fijn in Giethoorn. Voor minder geld.
(PS: Voordat we terugkeerden naar NYC die dag hebben we een bezoek gebracht aan de Jay Walker Library. Daar wijd ik een aparte blog aan, zo bijzonder was dat.)

vrijdag 23 september 2011

En hoe was het nu in the MET en in NYC?

Leuk! En vooral bijzonder. Met bijzondere ontmoetingen en een mooie tentoonstelling.
In New York wordt het Metropolitan Museum of Art kortweg the MET genoemd. Wel zo makkelijk. En in die MET werd op 14 september de tentoonstelling Infinite Jest geopend. Een tentoonstelling van karikaturen van Leonardo to Levine, zoals het museum het zelf samenvat. Honderdzestig komische, groteske en vreemde tekeningen die al sinds Leonardo da Vinci gemaakt worden. Het museum heeft gekozen voor tekeningen die het zelf in bezit heeft. Twee van de 160 tekeningen zijn van Siegfried Woldhek; deze twee tekeningen zijn door het museum verworven. En hangen dus nu in het MET. Toevallig is Siegfried mijn man, dus ik geniet mee van deze bijzondere gebeurtenis. Van heel dichtbij, want we zijn aanwezig op de opening van de tentoonstelling in New York.
De tentoonstelling is op de 1e verdieping van het enorme museum, op de afdeling Drawings en beslaat drie ruimtes en een wand op een doorgang naar een ander deel van het museum. (We hebben drie keer het museum bezocht in de week dat we in NY waren en elke keer verdwaalden we weer, zo groot is het. Wat een prachtige dingen zijn er te zien. Ongelooflijk.)
Op de opening waren ongeveer 100 mensen, relaties van het museum neem ik aan en geïnteresseerd in kunst. Er was geen speciale openingshandeling of toespraak; we werden naar de ruimte geleid en konden daar de tentoonstelling bezoeken. De samenstelster van de tentoonstelling, Nadine Orenstein, curator bij the MET, begroette iedereen persoonlijk en bracht mensen met elkaar in contact. Netwerken, dat kunnen die Amerikanen wel. Zo vroeg Nadine aan Siegfried of hij Pat Oliphant kende. Siegfrieds mond zakte open: ‘Of ik die ken? Ik ben een groot bewonderaar van hem en volg hem al sinds 1969.’ ‘Okay’, zei Nadine, ‘hij is hier ook. Wil je dat ik je aan hem voorstel?’ Overbodige vraag! En zo stonden we even later met Pat Oliphant, - die
wel "the most influential cartoonist now working" wordt genoemd – en zijn vrouw Susan te praten. Pat, een erg aardige, gezellige, beetje Peter van Straaten-achtige levensgenieter van 76, die ik zeker geen dag ouder dan 65 had gegeven als ik had moeten raden, vond de tekeningen van Siegfried prachtig. De beide tekenaars hielden niet op met elkaar complimenten geven.
De reacties van de bezoekers op de beide tekeningen van Siegfried waren zeer positief. Ze moesten lachen en haalden anderen erbij. Vooral de tekening van Bush, A summary of a Presidency, leverde glimlachen en elkaar aanstoten op. Normaal gesproken krijgt een tekenaar de eerste reactie op zijn tekening in de krant niet te zien; hij is er immers niet bij als de lezer zijn krant openslaat. Een bijzondere ervaring dus.
Aan het eind van de avond liepen we op wolkjes het museum uit en hielden we, heel geroutineerd, een taxi aan, zoals je dat altijd in de film ziet.
Op vrijdag 16 september stond een recensie van de tentoonstelling in de
New York Times en op donderdag 22 september heeft Mars van Grunsven er in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad een stuk aan gewijd (helaas geen link beschikbaar). Ik ben best een beetje trots.

dinsdag 13 september 2011

Nederlandse tekenaar Siegfried Woldhek in Metropolitan New York

Op woensdag 14 september opent in het Metropolitan Museum of Art in New York de tentoonstelling Infinite Jest: Caricature and Satire from Leonardo to Levine. Van tekenaar Siegfried Woldhek (1951), bekend van zijn schrijversportretten in Vrij Nederland en politieke prenten in NRC Handelsblad, zijn twee tekeningen opgenomen in de tentoonstelling.

De tentoonstelling laat vele werken zien uit de collectie van het Metropolitan museum (Leonardo da Vinci, Francisco de Goya, Henri de Toulouse-Lautrec, David Levine, enz.). Het toont satirische tekeningen en karikaturen in al hun vormen, van de Italiaanse Renaissance tot heden.

Woldhek: “Ik ben een groot bewonderaar van de tekeningen van Da Vinci, Goya, Daumier en natuurlijk David Levine. Dat daar twee van mijn tekeningen bij mogen hangen, is een enorme eer.”
De tekeningen van Woldhek in het Metropolitan zijn een portret van George W.
Bush en een portret van George W. Bush en Dick Cheney.
Siegfried Woldhek tekent sinds 1976 schrijverportretten in Vrij Nederland. Voor NRC Handelsblad maakt Woldhek sinds 1980 politieke prenten en tekent hij de zogenaamde bordes-‘foto’ van het nieuwe kabinet, nog voordat de officiële bordesfoto gemaakt is.  Wim de Bie noemt Woldhek ‘de beste satirische tekenaar van Nederland’.

Het contact tussen Woldhek en het Metropolitan Museum is tot stand gekomen via museum Atlas van Stolk in Rotterdam dat twee jaar geleden 500 originele tekeningen van Woldhek heeft aangekocht.

Siegfried Woldhek heeft in 2008 op het TED congres in Monterey een lezing gehouden over Leonardo da Vinci (zie ook: DWDD). Ook heeft hij voor TED Los Angeles 2011 alle sprekers geportretteerd voor de programmagids.
De tentoonstelling in het Metropolitan (
www.metmuseum.org) laat satirische tekeningen en karikaturen zien in al hun vormen, van de Italiaanse Renaissance tot heden.

Siegfried Woldhek is aanwezig bij de opening op woensdag 14 september en verblijft tot 20 september in New York. Hij is bereikbaar op: 06-83 21 81 90 en via siegfried@woldhek.nl

woensdag 7 september 2011

Wat heeft DWDD met mijn sabbatical te maken?

Niet zo heel veel. Of toch wel een klein beetje. Want ik heb nu de tijd om er over te schrijven. Anders zou ik er met mijn collega’s bij het koffieapparaat over praten en dat gaat nu even niet.
Maandagavond keek ik naar DWDD, de eerste uitzending van het nieuwe seizoen, en het viel me bar tegen. Het eerste onderwerp was interessant: hadden de Nederlandse schrijvers gelijk door wel naar China te gaan en niet het speldje van Amnesty te dragen? Een lastig onderwerp: boycotten of niet? P.F Thomése, Herman Pleij en Ramsey Nasr gingen in discussie. Althans dat was de bedoeling, maar dat lukte niet echt. Thomése zat er rustig bij, maar Herman Pleij en Ramsey Nasr hadden de bokshandschoenen aangetrokken. Geen idee waarom, maar vanaf het begin verdedigden ze tamelijk agressief hun bezoek aan China. Ik hoorde echter geen argumenten die mij overtuigden dat het een juiste keus van ze was geweest. En door harder, feller en agressiever te gaan praten word je meestal niet overtuigender. Het toppunt was dat Pleij aan het eind zei: “Nee, natuurlijk, wij zijn gewoon een stel randdebielen.” Niemand had dat gezegd. Tijdens zo’n ‘discussie’ wordt duidelijk dat ‘wij’ in Nederland geen ervaring hebben met goede debatten voeren. Wij leren dat niet op school en dat is jammer, want dat zou ten goede komen aan dit soort tv-programma’s. In Engeland of Amerika zou dat heel anders gaan. Ook in Duitsland wordt het debatteren al jong geleerd. Wordt het niet eens tijd dat het vak debatteren op de middelbare school gegeven wordt?
Vanmorgen stond in nrc.next een ingezonden brief van Yu Zang, secretaris van het Writers in Prison Committee van het onafhankelijke Chinese PEN Centrum (schrijversorganisatie die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting). Hij stelt in zijn brief dat Chinese dissidenten het zwaarder hebben door het officiële bezoek uit Nederland. Een Chinese schrijver kreeg huisarrest vanwege de boekenbeurs in Peking. En dat is geen uitzondering. Kijk, dat miste ik nu in de verhalen van Pleij en Nasr. Zij kwaakten dat de schrijvers die zij ontmoet hadden zo ontzettend blij waren met hun bezoek en het contact. Natuurlijk. Maar hoeveel schrijvers hebben zij niet gesproken, omdat zij met huisarrest thuis zaten?
Over de rest van de uitzending zal ik het maar niet hebben. (Jan Mulder die beweert dat Jan Kees de Jager niet gekwalificeerd is voor zijn ministerschap en De Jager die vervolgens gaat vertellen welke opleidingen hij allemaal gedaan heeft. Huh? Op sollicitatiegesprek bij Mulder? En wat doet André van Duijn in dit programma? Duidelijk niet zijn publiek, want gelachen werd er nauwelijks. Pijnlijk en gênant.)
Enfin, dinsdagavond zat ik weer klaar voor DWDD. Ik dacht: ik geef Matthijs een tweede kans. Ik ben de beroerdste niet. Helaas. We krijgen eerst een onsamenhangend verhaal van Joost Zwagerman over kunst en terrorisme. Vervolgens een promotiepraatje voor een documentaire over Studio Sport. De twee gezichten van Studio Sport mogen vertellen dat ze nog best samen een kopje koffie drinken en prima kunnen samenwerken. Klonk niet erg geloofwaardig, zeker niet als je de gezichten erbij zag. Dan mogen drie heren vertellen over een nieuwe Nederlandse tv-serie. Nog een promotiepraatje dus en dan is het alweer afgelopen met de inhoud. De enige die er met charisma en gevatheid bij zat was tafeldame Claudia de Breij.
Wat is er aan de hand met DWDD? Is de formule uitgewerkt? Ben ik er op uitgekeken? Of heeft het te maken met het feit dat alle (ALLE) gasten man zijn? Inclusief de optredende bands? Matthijs, doe er iets aan, of je bent mij als kijker kwijt.