woensdag 31 oktober 2012

Verkleumde Indianen

Ik ben in New Mexico en dat is een staat met 23 pueblos. Een pueblo is een Indianen-dorp. Zo'n dorp staat in een reservaat; vaak een enorm stuk land, behorend tot een Idianenstam. Daar gelden hun wetten en regels. Daar zijn ook hun casino's waarvoor ze geen belasting hoeven af te dragen aan de staat. Oude rechten.
Rondom Santa Fe, de hoofdstad van New Mexico, zijn 19 pueblos. Je kunt ze bezoeken. Vreemd eigenlijk; de oorspronkelijke bewoner van Amerika woont in een reservaat dat bezocht kan worden. Het doet me denken aan de Masai in Tanzania. Of de Aboriginals in Australië. Alles in mij verzet zich tegen zo'n bezoek. Ik voel me dan ongemakkelijk en verantwoordelijk voor de ellende die blanken hebben veroorzaakt. Heb de neiging om mijn excuses aan te bieden. Maar als ik er niet heen ga, zal ik er ook niet veel van leren. En ik ben natuurlijk nieuwsgierig hoe de verkiezingen leven onder de oorspronkelijke bewoners van Amerika, de native American, de Indiaan.

Op zondag bezoek ik de Pueblo San Ildefonso, niet ver van Santa Fe. De bouwstijl van de Indianen, de adobe (lemen huizen met maximaal 2 verdiepingen) zie je hier overal, ook buiten de pueblos. Het is een prachtige stijl die ook in de moderne architectuur wordt toegepast. In de pueblo is een plaza. De wegen en de plaza zijn van zand. De huizen staan om de plaza heen. Het is  niet de bedoeling dwars over de plaza te lopen, je moet aan de randen blijven. Midden op de plaza staat een kiva. Dat is een ronde lemen bouwwerk van 2 meter hoog. Via een ladder aan buiten- en binnenkant daalt men daar in af om er (religieuze) rituelen te ondergaan. Daar mag ik niet in of bij komen. Wel mag ik naar de kerk waar op dat moment een katholieke mis wordt gehouden. Fascinerend, deze twee religieuze culturen boven op elkaar. Ik woon het laatste deel van de mis bij. Na afloop geeft iedereen elkaar een hand en wenst elkaar vrede en liefde. Ik ben niet katholiek en heb geen idee of dit gebruikelijk is, maar ik vind het bijzonder. Ook ik krijg een hand van de mensen om mij heen.

In het dorpscentrum praat ik met de jonge vrouw achter de balie over de verkiezingen. Er ligt als voorbeeld een stembiljet en er wordt ook wel gestimuleerd om te stemmen. Maar volgens de vrouw wordt er niet veel gebruik gemaakt van het stemrecht. Zij stemt wel elke vier jaar en kan zich niet voorstellen dat iemand het niet zou doen. En ja, je mag er ook voor kiezen om alleen de president te kiezen en alle andere onderdelen open te laten (zie mijn vorige blog).

Santa Fe is een aangename stad. Niet groot, zo'n 60.000 inwoners, in een schitterende omgeving en bomvol geschiedenis. De meerderheid van de inwoners zijn Spaans en Indiaans. 40% is blank. Opvallend is dat vooral de blanken die we spreken ons dat vertellen.
Er zijn heel veel kunstenaars en galeries in de stad en op de Plaza zitten elke dag op een vaste plek in een open galerij aan het vroegere gouverneurspaleis Indianen hun zelfgemaakte sieraden te verkopen. Zilveren sieraden met turquoise versieringen. Er is een loterij waarin de plekken verloot worden aan belangstellende Indianen. De gelukkige krijgt een permit om daar te mogen verkopen. De producten zijn prachtig. Ze liggen uitgestald op mooie kleden met de verkopers op een krukje erachter. In deze tijd van het jaar is het 's morgens koud, rond het vriespunt, en de verkopers hebben zich in dekens gehuld. Sommigen hebben wel 200 mijl of meer gereisd.
Het idiote van dit alles is, dat Santa Fe, een stad met veel welgestelde inwoners, barst van de dure galeries en kunstwinkels in de chique straten rondom de Plaza. De winkels zijn van blanken en de meeste winkels verkopen ook 'traditionele Indiaanse sieraden en aardewerk'. Veel duurder, dat wel, maar wel lekker warm en met personeel. Hoe zou het voelen als je daar werkt en uitkijkt op een rijtje verkleumde Indianen?

Er is in Santa Fe ook niet veel te merken van de verkiezingen. Er zijn maar weinig borden te zien. En dat komt omdat New Mexico met grote waarschijnlijkheid een democratische staat wordt. Het campagnebudget wordt vooral daar besteed waar nog stemmen te winnen zijn. Bill, de man die we de vorige avond ontmoet hebben, heeft het ons uitgelegd. Vier jaar geleden was dat nog anders. Toen werd hier ook fel campagne gevoerd; Obama deed Santa Fe ook aan. Bill ging er heen en zag een rij van honderden meters wachtende mensen om Obama te horen en zien spreken. Er was sprake van een 'Obamania'. En ze stemmen hier dus weer op hem.

Ik zou hier graag langer blijven, vanwege de bijzondere mensen die we ontmoeten, vanwege de overweldigend mooie natuur en bijzondere cultuur en historie, vanwege de sfeer. Maar we zijn op zoek naar contrasten en naar een harde campagnestrijd. Dus rijden we naar Colorado, een swingstate. En melden ons bij het Romney/Ryan headquarters in Colorado Springs.

maandag 29 oktober 2012

Waar is de campagne?

Een enorme vlakte omringd met hier en daar hoge bergen. In die vlakte rechte straten die elkaar kruisen van noord naar zuid en van oost naar west. Het stratenpatroon dat we van Amerikaanse steden kennen. Ik heb het over Albuquerque, New Mexico. De stad waar we vrijdagavond aan kwamen na een lange vlucht en een overstap in Minneapolis. Vanuit de hotelkamer zie ik 's morgens, niet ver bij het hotel vandaan, 3 luchtballonnen opstijgen. Later op de dag zie ik er nog veel meer.
Het is koud. Weatherpro zegt me dat het vriest. De lucht is kraakhelder blauw, dat wel. Op aanraden van de Lonely Planet ontbijten we in Frontier. Een diner die enorme maaltijden serveert en bekend staat om zijn cinnamon rolls. Ik zie ze liggen en besluit om ze niet te nemen. Er wordt gezegd dat er per roll een pakje boter in verwerkt is. Laat maar.

Omdat we toch wel een missie hebben op deze reis, namelijk iets meemaken van de verkiezingscampagne, gaan we op zoek naar campagneborden of ander campagnemateriaal. Die zien we nauwelijks. We passeren een markt op een aangenaam uitziend plein. De zon schijnt volop,  maar het is nog steeds bitterkoud. De marktkooplui hebben dikke jassen aan, mutsen op en handschoenen aan. Er wordt 'organic food' verkocht van lokale boeren en bakkers. Ook staan er kunstenaars met hun waar. Tussen de kramen door lopen mensen met versierde honden. Idiote dekjes en petjes hebben ze opgekregen. Eerst denk ik dat het vanwege het naderende Halloween-feest is, maar dan lees ik dat het    de pittbull awarenes month is. En dan zie ik ook dat alle honden pittbulls zijn. Ze worden ter adoptie aangeboden. Arme honden, eerst waarschijnlijk gedumpt door een vorig baasje en dan nu voor joker lopen in de hoop dat een nieuw baasje je meeneemt. De groep mensen wordt toegesproken door een soort pittbull akela en dan maken ze met z'n allen een rondje rondom de markt. Sommige mensen houden een bordje omhoog, alsof ze in een demonstratie lopen.
Ik heb ze niet gevraagd of ze ook gaan stemmen volgende week. Waarschijnlijk zou het antwoord zijn geweest: Yes, we'll vote for Cesar Milan, the dogwhisperer.
We kopen een paar appels bij een Indiaanse mevrouw (en dan hoor je natuurlijk native American te zeggen) en wat lekkere broodjes bij een knappe bakker en vervolgen onze weg. In een paar voortuinen staan een paar kleine campagnebordjes. Meest Obama/Biden een enkele Romney/Ryan. New Mexico is een democratische staat en Obama gaat hier zeker winnen. Campagne voeren is dan kennelijk niet meer nodig. Het zijn vooral de swingstates waar hard gewerkt wordt. Colorado is een swingstate en daar gaan we ook naar toe.
Trouwens, voor RTVOost houd ik ook een blog bij. Het wordt nog lastig kiezen op welke blog ik wat zet. Er zullen vast dubbelingen zijn. (Katja in de USA)
Vanavond hebben we een ontmoeting met een man die voor de lokale krant van Santa Fe schrijft en jarenlang voor Buitenlande Zaken van de US heeft gewerkt. Ik ben benieuwd wat hij te vertellen heeft over de campagne.
We verlaten Albuquerque en rijden via de Turquoise Route naar Santa Fe.

De markt in Albuquerque:




donderdag 25 oktober 2012

Waar halen ze het uithoudingsvermogen vandaan?


Vrijdag vertrek ik naar Amerika. In Albuquerque zetten we voet aan de grond. Een eind vliegen, maar peanuts vergeleken met de reis die Obama de komende uren maakt: in 40 uur bezoekt hij 8 staten en legt hij 7,660 mijl af. Van de 8 staten die hij bezoekt, zijn er 6 zogenaamde ‘swing states’: Iowa, Colorado, Nevada, Florida, Virginia en Ohio. In twee van die staten kom ik de komende weken ook. Mijn onderkomen is niet vergelijkbaar met de ruimte die Obama in de Air Force One heeft. En zo kan ik nog veel meer verschillen bedenken.

Ik kijk altijd met bewondering en verbazing naar het uithoudingsvermogen van politici tijdens verkiezingscampagnes. Ook in Nederland. Ga er maar aan staan: bijna 24 uur per dag in touw, altijd alert zijn, je van de beste en meest sympathieke kant laten zien, debatje voeren, argumenten weerleggen en blijven lachen. Natuurlijk staat een campagneteam achter elke politicus, maar de camera’s staan op hem of haar gericht. Continu.
Voor de Amerikaanse verkiezing komt daar ook nog eens bij dat er enorme afstanden en tijdverschillen overbrugd moeten worden. En iedereen weet dat je niet scherp kunt zijn als je niet uitgerust bent. Hoe blijven die mensen fit? Hoe blijven ze enthousiast? Is het de niet te stoppen ambitie die hen drijft? Realiseren presidentskandidaten zich wat hen te wachten staat als ze eenmaal zijn gekozen en de eerste dag in The Oval Office een feit is? De president heeft geen moment rust, maar de staf om hem heen ook niet. De gedrevenheid om te dienen voor het land zit er echt ingebakken.

Opvallend vind ik dat mensen die voor de overheid werken (en dan heb ik het over de nationale overheid) enorm gedreven zijn en trots zijn op hun taak voor de samenleving. Het begrip ‘democratie’ zit in hart en nieren. Over ambtenaren wordt wel eens lacherig gedaan, alsof het een minderwaardige soort zou zijn. Mensen die niet hard werken en vooral dwars liggen. Uit eigen ervaring weet ik dat dat niet zo is. Maar in Amerika dragen civil servants hun trots luid en duidelijk uit. Zonder gene. Dat vind ik best bijzonder.

Op mijn reis kom ik in ieder geval in contact met mensen uit de Obama-campagne en hopelijk ook de Romney-campagne. Ik wil vooral van ze horen wat hen drijft. Hoe ze de zaken aanpakken. Deze week stond in NRC een artikel over de technieken die de Obama-campagne hanteert om te weten wie ze moeten benaderen om over te halen. Dat gebeurt nog steeds door-to-door. Wat een organisatie! Ik ben benieuwd wat ik daarvan ga merken.

Trouwens, even voor alle duidelijkheid: ik betaal deze reis helemaal zelf. Wat ik schrijf en doe is op persoonlijke titel. Voor mij is het vakantie, Siegfried moet elke dag aan het werk. Als hij niet zo’n fantastische opdracht van NRC Handelsblad had gekregen, had ik de verkiezing, net als de meeste Nederlanders, gewoon via de media gevolgd. Ik beschouw me zelf als een bofkont.

 

 

zaterdag 20 oktober 2012

De presidentsverkiezingen in de USA van dichtbij meemaken; wie wil dat nou niet?

Oké, er zijn vast mensen die het niet per sé nodig vinden om de presidentsverkiezingen in Amerika van dichtbij mee te maken. Maar ik vind het een geweldige kans. De serie West Wing heb ik twee keer bekeken, dat zegt genoeg. En vanuit mijn vak (communicatieadviseur en woordvoerder bij de provincie Overijssel) vind ik het ook interessant, nuttig en zinvol. Ja ja. Ik vind het gewoon hartstikke leuk te doen.
Mijn man, Siegfried Woldhek, maakt politieke prenten voor NRC Handelsblad en vanaf 26 oktober verschijnt dagelijks in die krant in de bijlage een tekening van zijn hand. Een impressie van de USA tijdens de verkiezingen gezien door zijn pen. Daarvoor reist hij twee weken door Amerika. En ik ga mee.
We doen drie staten aan: New Mexico, Colorado en Nevada. In die twee weken leggen we contacten met mensen die actief zijn in de campagne.
Ik ben van plan om dagelijks mijn ervaring te bloggen en te twitteren. Ik houd jullie op de hoogte.