Een bezoek aan het verbouwde Stedelijk Museum
zou een feest kunnen zijn. Met die verwachting ging ik er naar toe op zondag 30
december. Lopend vanuit de richting van de Amerikaanse ambassade is het
aanzicht op het museum aan dat grote Museumplein van internationale allure. Met
de belofte van een afgerond Vincent van Goghmuseum en geen steigers of
bouwborden meer bij het Rijksmuseum op de achtergrond, is de blik over het Museumplein een genot
voor het oog. Je kunt de badkuip aan het Stedelijk niet mooi vinden, en dat mag
best, maar groots en kosmopolitisch ziet het er zeker uit.
Er stond een niet al te lange rij op het plein
voor de ingang. Het wachten duurde een kwartiertje. De draaideuren werden met
tussenpozen geopend. Dat was nodig, omdat de entreehal geen grote stromen
publiek kan verwerken. En daar begint eigenlijk direct het eerste probleem: de
kassa’s staan dwars op de entree. Dus als je binnenkomt staan de rijen van
links naar rechts. Heb je je kaartje gekocht, dan moet je dus weer om die rijen
heen naar de toegangspoorten, die in feite geblokkeerd worden door vijf rijen
mensen. Waarom niet de kassa’s recht in de hal geplaatst, zodat je langs de
kassa naar binnen kunt? Inschattingsfout of een architectonische, ruimtelijke
oplossing die mij ontgaat? Ik ken musea waar je ontvangen wordt in een grote
hal (ik denk aan het Metropolitan Museum en het Guggenheim in New York, de
Hermitage in Amsterdam, het Denver Art Museum). Je voelt je onmiddellijk
welkom en kunt eerst rustig rondkijken, je jas ophangen en pas dan een kaartje
of speldje kopen en een van de ingangen kiezen om naar binnen te gaan. Toch een
stuk meer ontspannen en logistiek gemakkelijker.
In het Stedelijk waren de garderobe en de kluisjes al snel
vol en het bezoek was dus gedwongen met de jas over de arm door het museum te
lopen. Niet handig en bovendien riskant met de kunstwerken die los in de
ruimte staan opgesteld.
De nieuwe expositieruimte is mooi groot en
ruim. De trap er naar toe indrukwekkend. De kunst die er nu staat
tentoongesteld (Mike Kelley) is niet aan mij besteed, maar dat terzijde. De
vaste collectie, waarvan ik enkele stukken al sinds mijn lagere schooltijd zie,
bekoort me gelukkig nog steeds.
Op naar de museumwinkel. Vaak een genot om in
rond te neuzen. Vrijwel altijd koop ik er iets. Wat een teleurstelling. De
gemiddele kringloopwinkel weet zijn waar aantrekkelijker uit te stallen dan
deze onoverzichtelijke uitstalling van boeken. Waarschijnlijk uit het oogpunt
van transparantie is er voor gekozen om de artikelen op tafels uit te stallen.
Dat heeft als effect dat niets er uit springt. Voor het bekijken van boeken is
het handig, maar voor andere artikelen helemaal niet. Er stonden twee
stellingkasten waar wat spulletjes in stonden. Is hier geen expert bij
betrokken geweest? Laatst was ik in het Bonnefantenmuseum waar ik vanwege een
volkomen oninteressante expositie snel doorheen was, maar in de museumwinkel
niet weg te slaan was. Hetzelfde geldt voor de winkel in het Denver Art Museum. Prachtige artikelen op een heel aantrekkelijke manier geëtaleerd en uitgestald.
In menig klein dorpsmuseum hebben ze het vaak beter begrepen. Het was een rommeltje en de artikelen die ik zag waren niet interessant of museumwinkel-waardig.
Wat een missers. Het maakte op mij niet de
indruk van een grootstedelijk, internationaal georiënteerd museum en zeker niet
voorbereid op grote stromen publiek. Jammer.
Nog een tip: houd het toegangskaartje bij je
nadat je je jas of tas hebt weggebracht. Als je de winkel ingaat, heb je het kaartje
nodig om er weer uit te komen.