Van 26 oktober t/m 7 november 2012 verblijf ik in de USA om de presidentsverkiezingen mee te maken. Dagelijks blog ik over mijn bevindingen. Ik reis, samen met mijn man Siegfried Woldhek, door 3 staten: New Mexico, Colorado en Nevada.Ik ben op een zelfbetaalde vakantie en Siegfried tekent elke dag voor NRC Handelsblad over de verkiezingen.
zondag 25 november 2012
De verkiezingsavond is spannend.
De verkiezingsavond is spannend. Hierbij mijn verslag, gedeeltelijk via Twitter: www.rtvoost.nl/katjaindeusa
woensdag 7 november 2012
Verkiezingsavond in Reno, Nevada
Het is vier uur 's middags en dat betekent zeven uur 's avonds aan de oostkust. Drie staten aan de oostkust hebben hun uitslag al gemeld en voor geen van drieën is de uitslag verrassend: Kentucky en Indiana voor Romney; Vermont voor Obama.
Drie vrijwilligers vanuit Californie, die hier de afgelopen weken gecanvassed hebben, zoals dat heet, komen binnen van hun laatste dag campagne-voeren. Vanmorgen om 6 uur gingen ze de deur hier al uit. Ik heb bewondering voor hun gedrevenheid en politieke betrokkenheid.
Onze gastvrouw heeft de donkey-cookies al klaar, de maaltijdsoep staat al sinds vanmorgen te pruttelen op het gas en ik heb samen met haar vanmiddag nog wat laatste boodschappen gedaan.
De televisie zal zo wel aangaan en ondertussen houd ik de uitslagen zelf via nos.nl bij. Eens kijken of de informatie een beetje klopt.
Wordt snel vervolgd.
vrijdag 2 november 2012
Charisma
Wat is dat eigenlijk, charisma? Wanneer heb je het en waarom?
Kijk nou naar Mitt Romney. Hij ziet er goed uit, fit, lacht veel. Keurige overhemden en netjes gestrikte dassen. Haren in het gelid. Maar, geloof ik hem? Vertrouw ik hem? Niet echt en hoe komt dat dan?
Obama noemde hem een 'salesman'. Een verkoper probeert iets te verkopen en dat is meestal om er zelf beter van te worden. Niets mis mee, voor een verkoper dan. Maar voor een president?
Vanaf het moment dat Barack Obama het podium oploopt, heeft ie mij gewonnen. En met mij 11.000 anderen in het Coors Event Center in Boulder, Colorado.
Ik zie geen verkoper, ik zie en hoor een man met een oprechte wens om het land mooier en beter te maken voor iedereen. Waar lig dat aan? In Colorado Springs zei een Romney-aanhanger dat 'Mitt' een 'genuine guy' is. Die omschrijving vind ik beter van toepassing op Obama. Zijn lach is echt, zijn verhaal is echt, zijn dromen en wensen zijn begrijpelijk, logisch en aansprekelijk voor heel veel mensen.
Dat ik zo enthousiast over Obama ben, heeft natuurlijk te maken met mijn eigen normen en waarden. Maar dat hij een snaar bij me weet te raken, in een zaal van 11.000 mensen, zegt iets over hem. De dolenthousiaste, joelende menigte - waar ik normaal gesproken ver weg van zou blijven - versterkt het gevoel dat ik iets bijzonders meemaak. Ik merk dat ik constant een glimlach op mijn gezicht heb. Kinderen om mij heen springen en dansen. Een meisje van een jaar of twaalf zegt tegen haar moeder dat ze morgen een brief aan Obama gaat sturen (ze zegt echt een brief, a letter, geen mail of tweet of whatsapp) waarin ze hem vertelt dat ze zijn speech 'awesome' vond. Haar vriendinnetje gaat een werkstuk over hem schrijven.
'You know me. This is what you get!', zegt Obama en de menigte joelt alweer. Ik ook. What a guy.
Kijk nou naar Mitt Romney. Hij ziet er goed uit, fit, lacht veel. Keurige overhemden en netjes gestrikte dassen. Haren in het gelid. Maar, geloof ik hem? Vertrouw ik hem? Niet echt en hoe komt dat dan?
Obama noemde hem een 'salesman'. Een verkoper probeert iets te verkopen en dat is meestal om er zelf beter van te worden. Niets mis mee, voor een verkoper dan. Maar voor een president?
Vanaf het moment dat Barack Obama het podium oploopt, heeft ie mij gewonnen. En met mij 11.000 anderen in het Coors Event Center in Boulder, Colorado.
Ik zie geen verkoper, ik zie en hoor een man met een oprechte wens om het land mooier en beter te maken voor iedereen. Waar lig dat aan? In Colorado Springs zei een Romney-aanhanger dat 'Mitt' een 'genuine guy' is. Die omschrijving vind ik beter van toepassing op Obama. Zijn lach is echt, zijn verhaal is echt, zijn dromen en wensen zijn begrijpelijk, logisch en aansprekelijk voor heel veel mensen.
Dat ik zo enthousiast over Obama ben, heeft natuurlijk te maken met mijn eigen normen en waarden. Maar dat hij een snaar bij me weet te raken, in een zaal van 11.000 mensen, zegt iets over hem. De dolenthousiaste, joelende menigte - waar ik normaal gesproken ver weg van zou blijven - versterkt het gevoel dat ik iets bijzonders meemaak. Ik merk dat ik constant een glimlach op mijn gezicht heb. Kinderen om mij heen springen en dansen. Een meisje van een jaar of twaalf zegt tegen haar moeder dat ze morgen een brief aan Obama gaat sturen (ze zegt echt een brief, a letter, geen mail of tweet of whatsapp) waarin ze hem vertelt dat ze zijn speech 'awesome' vond. Haar vriendinnetje gaat een werkstuk over hem schrijven.
'You know me. This is what you get!', zegt Obama en de menigte joelt alweer. Ik ook. What a guy.
Obama in Boulder, Colorado
Het is al de derde keer in zes maanden dat Obama naar Boulder, Co komt. Boulder is een democratische stad, maar Colorado is nog niet zeker een democratische staat.
Obama spreekt in het Coors Event Centre op de campus van Colorado University Boulder (CU Boulder). Een stadion waar 11.000 mensen in kunnen. Om vier uur gaan de deuren open en POTUS (President of the Unites States) wordt om ongeveer 7 uur verwacht. Er staat een lange rij voor de toegangsdeuren. De organisatie verloopt vlekkeloos. Als om vier uur de deuren opengaan, komt de rij in beweging. Iedereen moet door een detectiepoortje en tassen worden gecontroleerd. Ook wordt er gefouilleerd. Een security check als op een vliegveld.
In de uren daarna loopt het stadion gestaag vol en om zes uur is het helemaal gevuld. Er zijn opvallend veel kinderen met hun ouders of grootouders meegekomen. Van de muziek die ik hoor herken ik ELO, U2, Bruce Sprinsteen, Bill Withers. Een bandje uit Seattle, 'The Head and the Heart' treedt op. Het publiek kent de band (viool, zang, gitaar en een soort van drums) en zingt enkele nummers mee. Ik plaats ze in de categorie nieuwe generatie hippies.
Dan volgt een film over de vier jaar Obama. Daarna volgt een aantal speeches van achtereenvolgens de Congressman van Colorado, de twee senators van Colorado en de field officer van de vrijwilligers in de campagne. "Leave the politicians out of decisions best left to a woman and her doctor", is een uitspraak van een van de senators die luid applaus krijgt.
Tussendoor houdt een dominee (een jongeman met een glimmend kaal hoofd en een supermoderne bril) een kort gebed met de afsluitende woorden: "Lord, let's get this party starting." Daarna worden we door een jonge jongen uitgenodigd de 'pledge of allegiance' (de eed van trouw) uit te spreken. Een eed die iedere Amerikaan uit zijn hoofd kent.
Een van de senators vraagt, als een bijna volleerd popmuzikant, aan de zaal: "Are you fired up? Are you ready to go?" Het publiek is dat inmiddels wel, maar eerst komt de band nog een keer terug voor drie nummers. Iemand zet op een gegeven moment de wave in. De podia voor de media staan inmiddels propvol.
De tribune direct achter het podium waar de president straks zal spreken wordt nu ook gevuld. Als deze mensen allemaal een plek hebben, krijgen ze instructies hoe ze straks moeten juichen en applaudiseren. Ze krijgen een bord met FORWARD er op dat ze omhoog moeten houden als ze een teken krijgen. 'Moving the economy FORWARD' is de leus van de democratische campagne.
Om twintig voor acht wordt Obama dan eindelijk aangekondigd. Het publiek gaat uit zijn dak. De geïnstrueerde tribune heeft geen instructies meer nodig. Iedereen staat, klapt, roept. Met een gemakkelijke, ontspannen tred loopt Obama over het podium, zwaaiend, wijzend naar het publiek. Een brede lach op zijn gezicht, het bovenste knoopje van zijn overhemd los, de das ietsjes los getrokken. Iemand uit de zaal roept: 'Obama, I love you.' Obama antwoordt: 'I love you back.' Nog meer gejoel.
Op de grote schermen zijn de kringen onder zijn ogen goed te zien. En toch staat hij hier. "Are you fired up? Ready to do? You sound fired up", roept hij in de microfoon.
De eerste woorden van zijn speech gaan over orkaan Sandy: "In times of crisis, there are no parties or politics. In times of crisis we are Americans, we are one nation, one people", zo opent hij zijn 40 minuten durende speech. Een begrijpelijke opening, maar ook een spannende in deze beslissende dagen. Maar zo kan hij zich wel als staatsman laten zien. Hij krijgt veel lof voor zijn aanpak en aandacht voor Sandy. Ook van republikeinen, zoals de gouverneur van New Jersey, waar Sandy grote schade heeft aangericht.
De thema's die Obama aansnijdt? Middle class (die sterker moet worden), gelijke rechten voor vrouwen als het gaat om salaris, recht van vrouwen om zelf beslissingen te nemen over haar eigen lijf, investeren in alternatieve energie, de militairen uit Afghanistan terugtrekken, investeren in onderwijs, healthcare. Natuurlijk heeft Obama een teleprompter, maar ik zie zeker vier keer de prompter stilstaan omdat hij een eigen tekst uitspreekt. Ook reageert hij op het publiek. Hij kijkt serieus, maar gelukkig breekt af en toe die geweldige glimlach door.
In een documentaire over Obama die onlangs door de VPRO werd uitgezonden, vertelde een van zijn pr-adviseurs dat Obama zich nooit laat afleiden door camera's; hij is met of zonder camera dezelfde man. Nu ik hem zelf live zie, geloof ik dat graag. Hij lijkt helemaal zichzelf: een man met een boodschap en een missie. Een positief verhaal. Zoals Obama hier staat heb ik hem nog niet op televisie gezien: hij bewerkt het publiek met gemak. Hij is krachtig, een leider. Wat hij hier laat zien en horen, heb ik in de drie debatten met Romney niet meegemaakt. Hij vertelt wat er bereikt is en hoe het verder moet. Heel concreet en overtuigend.
Slechts een maal valt de naam van Romney. De zaal roept Booh. Obama: "Don't booh, vote!"
Natuurlijk is het publiek enthousiast en wild en geeft het veel applaus; dit is Obama's achterban. Maar die achterban heeft hij hard nodig en dat is zijn belangrijkste oproep aan de aanwezigen: roep zoveel mogelijk mensen op te gaan stemmen: "We've come too far to turn back now."
Obama neemt afscheid met het lied 'Signed, sealed, delivered, I'm yours' van Stevie Wonder. Hij schudt de handen van de mensen die vooraan staan, omringd door security-mensen, waarvan een hem continu aan zijn broekriem aan de achterkant vasthoudt.
Ik zal deze ervaring niet snel vergeten en natuurlijk heb ik mezelf de gewetensvraag gesteld: stel dat Romney in Boulder zou zijn geweest, zou je er dan ook heen zijn gegaan? Hm, het antwoord is: ja, maar met veel minder enthousiasme en misschien was ik niet tot het einde gebleven.
Teruglopend naar de auto moet ik even wachten achter een hek omdat de colonne van POTUS voorbij komt. Net als in de film, maar dan echt.
donderdag 1 november 2012
Bijzondere mensen
Op mijn trip door New Mexico en Colorado heb ik een paar bijzondere mensen ontmoet. Dat is het mooie van reizen vind ik: je komt in contact met mensen, culturen, verhalen, waar je daarvoor geen weet van had.
In Santa Fe zaten we aan tafel met Bill S. Bij het kennismaken vermoed ik een Engels accent. Hij is inderdaad in Schotland geboren, maar als kleine jongen naar Amerika verhuisd. Grappig dat zijn moederstaal niet helemaal verdwenen is. Ik schat Bill ergens tussen de 65 en 70 jaar. Hij woont sinds 20 jaar in Santa Fe, is gepensioneerd en schrijft een wekelijks column in de lokale krant. Zijn onderwerpen gaan altijd over 'foreign affairs'. Dat heeft te maken met zijn bijna levenslange service aan Buitenlandse Zaken van de USA.
Als hij begint te vertellen over de plekken waar hij gestationeerd is geweest in diplomatieke dienst, is hij niet meer te stuiten. Een waterval aan woorden komt uit zijn mond en wij hangen aan zijn lippen. In Vietnam, Korea, Bengazi en Beirut is hij geweest en altijd op de cruciale momenten. De momenten die wij kennen uit filmbeelden. Wie kent niet het beeld van de helikopter die op de Amerikaanse ambassade landt in Saigon? Bill was erbij. De ontdekking dat een Koreaan waar hij nauw mee samenwerkte een KGB-agent bleek te zijn. Bill heeft het meegemaakt. De uitzichtloze oorlog in Vietnam? Bill was erbij als jonge jongen. Niet als militair maar als medewerker van Buitenlandse Zaken. Hij was adviseur van Colby (de latere directeur van de CIA). De ervaringen zijn Bill niet in de koude kleren gaan zitten. Als hij vertelt, stromen op een gegeven moment de tranen over zijn wangen.
Moeiteloos legt hij de link met de 'jongens en meisjes' die tegenwoordig in Afghanistan of Irak zitten en terugkomen vol trauma's. Ze worden als helden onthaald, maar vervolgens aan hun lot overgelaten. Er wacht ze geen uitkering, geen psychische opvang of een ander vangnet. Ze raken werkeloos en vaak volledig aan de grond. Over hun ervaringen praten gaat niet. Amerika praat niet over zijn donkere kanten. Volgens Bill hebben Amerikanen niet geleerd om het verleden te verwerken en dat gaat ver terug. Tot aan de Noord-Zuid oorlog. Men praatte er niet over en nu nog steeds niet openlijk. PTS (post traumatic syndrom) dreigt een volksziekte te worden. Bill's belangrijkste ontdekking na al deze ervaringen is, dat iedereen tot verschrikkelijke dingen in staat is. En dat maakt hem nog het meest verdrietig.
Bill heeft zijn ervaringen, die ik hier maar heel kort opschrijf, te boek gesteld en hoopt op een uitgever. Zijn leven in Santa Fe geeft hem nu rust.
Het bijzondere van deze ontmoeting is, dat het ook een gezellige avond is. We lachen veel en Bill wil graag dingen van ons horen. Hij is geïnteresseerd in de tekeningen van Siegfried en onder de indruk van het feit dat het Metropolitan Museum in New York twee van zijn tekeningen heeft aangekocht. Ik denk dat de ontmoeting niet meer dan 3 uur geduurd heeft, tijdens een heerlijke maaltijd, maar mij een enorme ervaring rijker heeft gemaakt. Ik weet nu dat er in Santa Fe een man woont met een bijzonder leven die desondanks een positieve kijk op het leven heeft.
In Santa Fe zaten we aan tafel met Bill S. Bij het kennismaken vermoed ik een Engels accent. Hij is inderdaad in Schotland geboren, maar als kleine jongen naar Amerika verhuisd. Grappig dat zijn moederstaal niet helemaal verdwenen is. Ik schat Bill ergens tussen de 65 en 70 jaar. Hij woont sinds 20 jaar in Santa Fe, is gepensioneerd en schrijft een wekelijks column in de lokale krant. Zijn onderwerpen gaan altijd over 'foreign affairs'. Dat heeft te maken met zijn bijna levenslange service aan Buitenlandse Zaken van de USA.
Als hij begint te vertellen over de plekken waar hij gestationeerd is geweest in diplomatieke dienst, is hij niet meer te stuiten. Een waterval aan woorden komt uit zijn mond en wij hangen aan zijn lippen. In Vietnam, Korea, Bengazi en Beirut is hij geweest en altijd op de cruciale momenten. De momenten die wij kennen uit filmbeelden. Wie kent niet het beeld van de helikopter die op de Amerikaanse ambassade landt in Saigon? Bill was erbij. De ontdekking dat een Koreaan waar hij nauw mee samenwerkte een KGB-agent bleek te zijn. Bill heeft het meegemaakt. De uitzichtloze oorlog in Vietnam? Bill was erbij als jonge jongen. Niet als militair maar als medewerker van Buitenlandse Zaken. Hij was adviseur van Colby (de latere directeur van de CIA). De ervaringen zijn Bill niet in de koude kleren gaan zitten. Als hij vertelt, stromen op een gegeven moment de tranen over zijn wangen.
Moeiteloos legt hij de link met de 'jongens en meisjes' die tegenwoordig in Afghanistan of Irak zitten en terugkomen vol trauma's. Ze worden als helden onthaald, maar vervolgens aan hun lot overgelaten. Er wacht ze geen uitkering, geen psychische opvang of een ander vangnet. Ze raken werkeloos en vaak volledig aan de grond. Over hun ervaringen praten gaat niet. Amerika praat niet over zijn donkere kanten. Volgens Bill hebben Amerikanen niet geleerd om het verleden te verwerken en dat gaat ver terug. Tot aan de Noord-Zuid oorlog. Men praatte er niet over en nu nog steeds niet openlijk. PTS (post traumatic syndrom) dreigt een volksziekte te worden. Bill's belangrijkste ontdekking na al deze ervaringen is, dat iedereen tot verschrikkelijke dingen in staat is. En dat maakt hem nog het meest verdrietig.
Bill heeft zijn ervaringen, die ik hier maar heel kort opschrijf, te boek gesteld en hoopt op een uitgever. Zijn leven in Santa Fe geeft hem nu rust.
Het bijzondere van deze ontmoeting is, dat het ook een gezellige avond is. We lachen veel en Bill wil graag dingen van ons horen. Hij is geïnteresseerd in de tekeningen van Siegfried en onder de indruk van het feit dat het Metropolitan Museum in New York twee van zijn tekeningen heeft aangekocht. Ik denk dat de ontmoeting niet meer dan 3 uur geduurd heeft, tijdens een heerlijke maaltijd, maar mij een enorme ervaring rijker heeft gemaakt. Ik weet nu dat er in Santa Fe een man woont met een bijzonder leven die desondanks een positieve kijk op het leven heeft.
woensdag 31 oktober 2012
Verkleumde Indianen
Ik ben in New Mexico en dat is een staat met 23 pueblos. Een pueblo is een Indianen-dorp. Zo'n dorp staat in een reservaat; vaak een enorm stuk land, behorend tot een Idianenstam. Daar gelden hun wetten en regels. Daar zijn ook hun casino's waarvoor ze geen belasting hoeven af te dragen aan de staat. Oude rechten.
Rondom Santa Fe, de hoofdstad van New Mexico, zijn 19 pueblos. Je kunt ze bezoeken. Vreemd eigenlijk; de oorspronkelijke bewoner van Amerika woont in een reservaat dat bezocht kan worden. Het doet me denken aan de Masai in Tanzania. Of de Aboriginals in Australië. Alles in mij verzet zich tegen zo'n bezoek. Ik voel me dan ongemakkelijk en verantwoordelijk voor de ellende die blanken hebben veroorzaakt. Heb de neiging om mijn excuses aan te bieden. Maar als ik er niet heen ga, zal ik er ook niet veel van leren. En ik ben natuurlijk nieuwsgierig hoe de verkiezingen leven onder de oorspronkelijke bewoners van Amerika, de native American, de Indiaan.
Rondom Santa Fe, de hoofdstad van New Mexico, zijn 19 pueblos. Je kunt ze bezoeken. Vreemd eigenlijk; de oorspronkelijke bewoner van Amerika woont in een reservaat dat bezocht kan worden. Het doet me denken aan de Masai in Tanzania. Of de Aboriginals in Australië. Alles in mij verzet zich tegen zo'n bezoek. Ik voel me dan ongemakkelijk en verantwoordelijk voor de ellende die blanken hebben veroorzaakt. Heb de neiging om mijn excuses aan te bieden. Maar als ik er niet heen ga, zal ik er ook niet veel van leren. En ik ben natuurlijk nieuwsgierig hoe de verkiezingen leven onder de oorspronkelijke bewoners van Amerika, de native American, de Indiaan.
Op zondag bezoek ik de Pueblo San Ildefonso, niet ver van Santa Fe. De bouwstijl van de Indianen, de adobe (lemen huizen met maximaal 2 verdiepingen) zie je hier overal, ook buiten de pueblos. Het is een prachtige stijl die ook in de moderne architectuur wordt toegepast. In de pueblo is een plaza. De wegen en de plaza zijn van zand. De huizen staan om de plaza heen. Het is niet de bedoeling dwars over de plaza te lopen, je moet aan de randen blijven. Midden op de plaza staat een kiva. Dat is een ronde lemen bouwwerk van 2 meter hoog. Via een ladder aan buiten- en binnenkant daalt men daar in af om er (religieuze) rituelen te ondergaan. Daar mag ik niet in of bij komen. Wel mag ik naar de kerk waar op dat moment een katholieke mis wordt gehouden. Fascinerend, deze twee religieuze culturen boven op elkaar. Ik woon het laatste deel van de mis bij. Na afloop geeft iedereen elkaar een hand en wenst elkaar vrede en liefde. Ik ben niet katholiek en heb geen idee of dit gebruikelijk is, maar ik vind het bijzonder. Ook ik krijg een hand van de mensen om mij heen.
In het dorpscentrum praat ik met de jonge vrouw achter de balie over de verkiezingen. Er ligt als voorbeeld een stembiljet en er wordt ook wel gestimuleerd om te stemmen. Maar volgens de vrouw wordt er niet veel gebruik gemaakt van het stemrecht. Zij stemt wel elke vier jaar en kan zich niet voorstellen dat iemand het niet zou doen. En ja, je mag er ook voor kiezen om alleen de president te kiezen en alle andere onderdelen open te laten (zie mijn vorige blog).
Santa Fe is een aangename stad. Niet groot, zo'n 60.000 inwoners, in een schitterende omgeving en bomvol geschiedenis. De meerderheid van de inwoners zijn Spaans en Indiaans. 40% is blank. Opvallend is dat vooral de blanken die we spreken ons dat vertellen.
Er zijn heel veel kunstenaars en galeries in de stad en op de Plaza zitten elke dag op een vaste plek in een open galerij aan het vroegere gouverneurspaleis Indianen hun zelfgemaakte sieraden te verkopen. Zilveren sieraden met turquoise versieringen. Er is een loterij waarin de plekken verloot worden aan belangstellende Indianen. De gelukkige krijgt een permit om daar te mogen verkopen. De producten zijn prachtig. Ze liggen uitgestald op mooie kleden met de verkopers op een krukje erachter. In deze tijd van het jaar is het 's morgens koud, rond het vriespunt, en de verkopers hebben zich in dekens gehuld. Sommigen hebben wel 200 mijl of meer gereisd.
Het idiote van dit alles is, dat Santa Fe, een stad met veel welgestelde inwoners, barst van de dure galeries en kunstwinkels in de chique straten rondom de Plaza. De winkels zijn van blanken en de meeste winkels verkopen ook 'traditionele Indiaanse sieraden en aardewerk'. Veel duurder, dat wel, maar wel lekker warm en met personeel. Hoe zou het voelen als je daar werkt en uitkijkt op een rijtje verkleumde Indianen?
Er is in Santa Fe ook niet veel te merken van de verkiezingen. Er zijn maar weinig borden te zien. En dat komt omdat New Mexico met grote waarschijnlijkheid een democratische staat wordt. Het campagnebudget wordt vooral daar besteed waar nog stemmen te winnen zijn. Bill, de man die we de vorige avond ontmoet hebben, heeft het ons uitgelegd. Vier jaar geleden was dat nog anders. Toen werd hier ook fel campagne gevoerd; Obama deed Santa Fe ook aan. Bill ging er heen en zag een rij van honderden meters wachtende mensen om Obama te horen en zien spreken. Er was sprake van een 'Obamania'. En ze stemmen hier dus weer op hem.
Ik zou hier graag langer blijven, vanwege de bijzondere mensen die we ontmoeten, vanwege de overweldigend mooie natuur en bijzondere cultuur en historie, vanwege de sfeer. Maar we zijn op zoek naar contrasten en naar een harde campagnestrijd. Dus rijden we naar Colorado, een swingstate. En melden ons bij het Romney/Ryan headquarters in Colorado Springs.
Santa Fe is een aangename stad. Niet groot, zo'n 60.000 inwoners, in een schitterende omgeving en bomvol geschiedenis. De meerderheid van de inwoners zijn Spaans en Indiaans. 40% is blank. Opvallend is dat vooral de blanken die we spreken ons dat vertellen.
Er zijn heel veel kunstenaars en galeries in de stad en op de Plaza zitten elke dag op een vaste plek in een open galerij aan het vroegere gouverneurspaleis Indianen hun zelfgemaakte sieraden te verkopen. Zilveren sieraden met turquoise versieringen. Er is een loterij waarin de plekken verloot worden aan belangstellende Indianen. De gelukkige krijgt een permit om daar te mogen verkopen. De producten zijn prachtig. Ze liggen uitgestald op mooie kleden met de verkopers op een krukje erachter. In deze tijd van het jaar is het 's morgens koud, rond het vriespunt, en de verkopers hebben zich in dekens gehuld. Sommigen hebben wel 200 mijl of meer gereisd.
Het idiote van dit alles is, dat Santa Fe, een stad met veel welgestelde inwoners, barst van de dure galeries en kunstwinkels in de chique straten rondom de Plaza. De winkels zijn van blanken en de meeste winkels verkopen ook 'traditionele Indiaanse sieraden en aardewerk'. Veel duurder, dat wel, maar wel lekker warm en met personeel. Hoe zou het voelen als je daar werkt en uitkijkt op een rijtje verkleumde Indianen?
Er is in Santa Fe ook niet veel te merken van de verkiezingen. Er zijn maar weinig borden te zien. En dat komt omdat New Mexico met grote waarschijnlijkheid een democratische staat wordt. Het campagnebudget wordt vooral daar besteed waar nog stemmen te winnen zijn. Bill, de man die we de vorige avond ontmoet hebben, heeft het ons uitgelegd. Vier jaar geleden was dat nog anders. Toen werd hier ook fel campagne gevoerd; Obama deed Santa Fe ook aan. Bill ging er heen en zag een rij van honderden meters wachtende mensen om Obama te horen en zien spreken. Er was sprake van een 'Obamania'. En ze stemmen hier dus weer op hem.
Ik zou hier graag langer blijven, vanwege de bijzondere mensen die we ontmoeten, vanwege de overweldigend mooie natuur en bijzondere cultuur en historie, vanwege de sfeer. Maar we zijn op zoek naar contrasten en naar een harde campagnestrijd. Dus rijden we naar Colorado, een swingstate. En melden ons bij het Romney/Ryan headquarters in Colorado Springs.
maandag 29 oktober 2012
Waar is de campagne?
Een enorme vlakte omringd met hier en daar hoge bergen. In die vlakte rechte straten die elkaar kruisen van noord naar zuid en van oost naar west. Het stratenpatroon dat we van Amerikaanse steden kennen. Ik heb het over Albuquerque, New Mexico. De stad waar we vrijdagavond aan kwamen na een lange vlucht en een overstap in Minneapolis. Vanuit de hotelkamer zie ik 's morgens, niet ver bij het hotel vandaan, 3 luchtballonnen opstijgen. Later op de dag zie ik er nog veel meer.
Het is koud. Weatherpro zegt me dat het vriest. De lucht is kraakhelder blauw, dat wel. Op aanraden van de Lonely Planet ontbijten we in Frontier. Een diner die enorme maaltijden serveert en bekend staat om zijn cinnamon rolls. Ik zie ze liggen en besluit om ze niet te nemen. Er wordt gezegd dat er per roll een pakje boter in verwerkt is. Laat maar.
Omdat we toch wel een missie hebben op deze reis, namelijk iets meemaken van de verkiezingscampagne, gaan we op zoek naar campagneborden of ander campagnemateriaal. Die zien we nauwelijks. We passeren een markt op een aangenaam uitziend plein. De zon schijnt volop, maar het is nog steeds bitterkoud. De marktkooplui hebben dikke jassen aan, mutsen op en handschoenen aan. Er wordt 'organic food' verkocht van lokale boeren en bakkers. Ook staan er kunstenaars met hun waar. Tussen de kramen door lopen mensen met versierde honden. Idiote dekjes en petjes hebben ze opgekregen. Eerst denk ik dat het vanwege het naderende Halloween-feest is, maar dan lees ik dat het de pittbull awarenes month is. En dan zie ik ook dat alle honden pittbulls zijn. Ze worden ter adoptie aangeboden. Arme honden, eerst waarschijnlijk gedumpt door een vorig baasje en dan nu voor joker lopen in de hoop dat een nieuw baasje je meeneemt. De groep mensen wordt toegesproken door een soort pittbull akela en dan maken ze met z'n allen een rondje rondom de markt. Sommige mensen houden een bordje omhoog, alsof ze in een demonstratie lopen.
Ik heb ze niet gevraagd of ze ook gaan stemmen volgende week. Waarschijnlijk zou het antwoord zijn geweest: Yes, we'll vote for Cesar Milan, the dogwhisperer.
We kopen een paar appels bij een Indiaanse mevrouw (en dan hoor je natuurlijk native American te zeggen) en wat lekkere broodjes bij een knappe bakker en vervolgen onze weg. In een paar voortuinen staan een paar kleine campagnebordjes. Meest Obama/Biden een enkele Romney/Ryan. New Mexico is een democratische staat en Obama gaat hier zeker winnen. Campagne voeren is dan kennelijk niet meer nodig. Het zijn vooral de swingstates waar hard gewerkt wordt. Colorado is een swingstate en daar gaan we ook naar toe.
Trouwens, voor RTVOost houd ik ook een blog bij. Het wordt nog lastig kiezen op welke blog ik wat zet. Er zullen vast dubbelingen zijn. (Katja in de USA)
Vanavond hebben we een ontmoeting met een man die voor de lokale krant van Santa Fe schrijft en jarenlang voor Buitenlande Zaken van de US heeft gewerkt. Ik ben benieuwd wat hij te vertellen heeft over de campagne.
We verlaten Albuquerque en rijden via de Turquoise Route naar Santa Fe.
De markt in Albuquerque:
Het is koud. Weatherpro zegt me dat het vriest. De lucht is kraakhelder blauw, dat wel. Op aanraden van de Lonely Planet ontbijten we in Frontier. Een diner die enorme maaltijden serveert en bekend staat om zijn cinnamon rolls. Ik zie ze liggen en besluit om ze niet te nemen. Er wordt gezegd dat er per roll een pakje boter in verwerkt is. Laat maar.
Omdat we toch wel een missie hebben op deze reis, namelijk iets meemaken van de verkiezingscampagne, gaan we op zoek naar campagneborden of ander campagnemateriaal. Die zien we nauwelijks. We passeren een markt op een aangenaam uitziend plein. De zon schijnt volop, maar het is nog steeds bitterkoud. De marktkooplui hebben dikke jassen aan, mutsen op en handschoenen aan. Er wordt 'organic food' verkocht van lokale boeren en bakkers. Ook staan er kunstenaars met hun waar. Tussen de kramen door lopen mensen met versierde honden. Idiote dekjes en petjes hebben ze opgekregen. Eerst denk ik dat het vanwege het naderende Halloween-feest is, maar dan lees ik dat het de pittbull awarenes month is. En dan zie ik ook dat alle honden pittbulls zijn. Ze worden ter adoptie aangeboden. Arme honden, eerst waarschijnlijk gedumpt door een vorig baasje en dan nu voor joker lopen in de hoop dat een nieuw baasje je meeneemt. De groep mensen wordt toegesproken door een soort pittbull akela en dan maken ze met z'n allen een rondje rondom de markt. Sommige mensen houden een bordje omhoog, alsof ze in een demonstratie lopen.
Ik heb ze niet gevraagd of ze ook gaan stemmen volgende week. Waarschijnlijk zou het antwoord zijn geweest: Yes, we'll vote for Cesar Milan, the dogwhisperer.
We kopen een paar appels bij een Indiaanse mevrouw (en dan hoor je natuurlijk native American te zeggen) en wat lekkere broodjes bij een knappe bakker en vervolgen onze weg. In een paar voortuinen staan een paar kleine campagnebordjes. Meest Obama/Biden een enkele Romney/Ryan. New Mexico is een democratische staat en Obama gaat hier zeker winnen. Campagne voeren is dan kennelijk niet meer nodig. Het zijn vooral de swingstates waar hard gewerkt wordt. Colorado is een swingstate en daar gaan we ook naar toe.
Trouwens, voor RTVOost houd ik ook een blog bij. Het wordt nog lastig kiezen op welke blog ik wat zet. Er zullen vast dubbelingen zijn. (Katja in de USA)
Vanavond hebben we een ontmoeting met een man die voor de lokale krant van Santa Fe schrijft en jarenlang voor Buitenlande Zaken van de US heeft gewerkt. Ik ben benieuwd wat hij te vertellen heeft over de campagne.
We verlaten Albuquerque en rijden via de Turquoise Route naar Santa Fe.
De markt in Albuquerque:
donderdag 25 oktober 2012
Waar halen ze het uithoudingsvermogen vandaan?
Vrijdag vertrek ik naar Amerika. In Albuquerque zetten we voet aan de grond. Een eind vliegen, maar peanuts vergeleken met de reis die Obama de komende uren maakt: in 40 uur bezoekt hij 8 staten en legt hij 7,660 mijl af. Van de 8 staten die hij bezoekt, zijn er 6 zogenaamde ‘swing states’: Iowa, Colorado, Nevada, Florida, Virginia en Ohio. In twee van die staten kom ik de komende weken ook. Mijn onderkomen is niet vergelijkbaar met de ruimte die Obama in de Air Force One heeft. En zo kan ik nog veel meer verschillen bedenken.
Ik kijk altijd met bewondering en verbazing naar het uithoudingsvermogen van politici tijdens verkiezingscampagnes. Ook in Nederland. Ga er maar aan staan: bijna 24 uur per dag in touw, altijd alert zijn, je van de beste en meest sympathieke kant laten zien, debatje voeren, argumenten weerleggen en blijven lachen. Natuurlijk staat een campagneteam achter elke politicus, maar de camera’s staan op hem of haar gericht. Continu.
Voor de Amerikaanse verkiezing komt daar ook nog eens bij dat er enorme afstanden en tijdverschillen overbrugd moeten worden. En iedereen weet dat je niet scherp kunt zijn als je niet uitgerust bent. Hoe blijven die mensen fit? Hoe blijven ze enthousiast? Is het de niet te stoppen ambitie die hen drijft? Realiseren presidentskandidaten zich wat hen te wachten staat als ze eenmaal zijn gekozen en de eerste dag in The Oval Office een feit is? De president heeft geen moment rust, maar de staf om hem heen ook niet. De gedrevenheid om te dienen voor het land zit er echt ingebakken.
Opvallend vind ik dat mensen die voor de overheid werken (en dan heb ik het over de nationale overheid) enorm gedreven zijn en trots zijn op hun taak voor de samenleving. Het begrip ‘democratie’ zit in hart en nieren. Over ambtenaren wordt wel eens lacherig gedaan, alsof het een minderwaardige soort zou zijn. Mensen die niet hard werken en vooral dwars liggen. Uit eigen ervaring weet ik dat dat niet zo is. Maar in Amerika dragen civil servants hun trots luid en duidelijk uit. Zonder gene. Dat vind ik best bijzonder.
Op mijn reis kom ik in ieder geval in contact met mensen uit de Obama-campagne en hopelijk ook de Romney-campagne. Ik wil vooral van ze horen wat hen drijft. Hoe ze de zaken aanpakken. Deze week stond in NRC een artikel over de technieken die de Obama-campagne hanteert om te weten wie ze moeten benaderen om over te halen. Dat gebeurt nog steeds door-to-door. Wat een organisatie! Ik ben benieuwd wat ik daarvan ga merken.
Trouwens, even voor alle duidelijkheid: ik betaal deze reis helemaal zelf. Wat ik schrijf en doe is op persoonlijke titel. Voor mij is het vakantie, Siegfried moet elke dag aan het werk. Als hij niet zo’n fantastische opdracht van NRC Handelsblad had gekregen, had ik de verkiezing, net als de meeste Nederlanders, gewoon via de media gevolgd. Ik beschouw me zelf als een bofkont.
zaterdag 20 oktober 2012
De presidentsverkiezingen in de USA van dichtbij meemaken; wie wil dat nou niet?
Oké, er zijn vast mensen die het niet per sé nodig vinden om de presidentsverkiezingen in Amerika van dichtbij mee te maken. Maar ik vind het een geweldige kans. De serie West Wing heb ik twee keer bekeken, dat zegt genoeg. En vanuit mijn vak (communicatieadviseur en woordvoerder bij de provincie Overijssel) vind ik het ook interessant, nuttig en zinvol. Ja ja. Ik vind het gewoon hartstikke leuk te doen.
Mijn man, Siegfried Woldhek, maakt politieke prenten voor NRC Handelsblad en vanaf 26 oktober verschijnt dagelijks in die krant in de bijlage een tekening van zijn hand. Een impressie van de USA tijdens de verkiezingen gezien door zijn pen. Daarvoor reist hij twee weken door Amerika. En ik ga mee.
We doen drie staten aan: New Mexico, Colorado en Nevada. In die twee weken leggen we contacten met mensen die actief zijn in de campagne.
Ik ben van plan om dagelijks mijn ervaring te bloggen en te twitteren. Ik houd jullie op de hoogte.
Mijn man, Siegfried Woldhek, maakt politieke prenten voor NRC Handelsblad en vanaf 26 oktober verschijnt dagelijks in die krant in de bijlage een tekening van zijn hand. Een impressie van de USA tijdens de verkiezingen gezien door zijn pen. Daarvoor reist hij twee weken door Amerika. En ik ga mee.
We doen drie staten aan: New Mexico, Colorado en Nevada. In die twee weken leggen we contacten met mensen die actief zijn in de campagne.
Ik ben van plan om dagelijks mijn ervaring te bloggen en te twitteren. Ik houd jullie op de hoogte.
Abonneren op:
Posts (Atom)