zaterdag 24 december 2011

Top 5 van meest gestelde vragen

De eerste dagen nadat je sabbatical is afgelopen en je weer aan het werk bent, kun je een serie vragen verwachten. Velen stellen dezelfde vraag en ik heb er een sport van gemaakt om het antwoord steeds iets te veranderen. Anders werd het voor mezelf ook zo monotoon. Er worden niet heel veel verschillende vragen gesteld, heb ik gemerkt. Hieronder de top 5 van meest gestelde vragen:
  1. Heb je zin om weer aan het werk te gaan?
  2. Wat heeft de sabbatical je gebracht?
  3. Heb je gedaan wat je wilde doen?
  4. Wat heb je gedaan?
  5. Heb je echt niet stiekum je werkmail gelezen?
Bij vraag 4 begin ik mijn antwoord met: 'Nou, de eerste dag....'. De vraagsteller kijkt je een seconde lang beleefd aan, dan je zie je hem/haar rekenen (zes maanden = 180 dagen) en vervolgens verandert zijn/haar blik in lichte radeloosheid. Dat is het moment dat ik hem/haar uit het lijden verlos. Werkt elke keer weer.
Een enkele keer heb ik de vraag gekregen wanneer mijn volgende sabbatical is. Dat had meestal te maken met mijn antwoord op vraag 1.

Ik wens al mijn lezers mooie kerstdagen met veel gezelligheid, een spetterend oudjaar en alle goeds voor 2012.

zondag 4 december 2011

En zo eindigt het.

Mijn sabbatical van zes maanden kwam op 1 december aan het eind. En omdat ik met deze blog beloof mijn ervaringen te delen, lijkt het me zinvol te vertellen hoe de overgang naar het werkzame leven mij bevalt.
Zoals eerder geschreven: ik heb mij niet voorbereid op mijn terugkomst op mijn werk. Ik heb geen stukken gelezen, geen mails gezien, slechts mijn teamleider gesproken die mij kort heeft verteld welke veranderingen van belang zijn voor mij. Wel ben ik naar een borrel van mijn team gegaan, precies een week voordat ik weer aan het werk zou gaan. Die borrels zijn altijd erg gezellig en het leek mij een ideale gelegenheid om mijn collega’s in een kroegomgeving onder het genot van een drankje te begroeten, i.p.v. op kantoor met alle drukte er omheen. En dat klopte. Het was een bijzonder gezellig weerzien. Toen ik na een uurtje merkte dat veel gesprekken over het werk gingen, ben ik weer vertrokken. Ik wilde nog graag zonder al te veel werkverhalen in mijn hoofd van mijn laatste vrije week genieten.
En dan gaat die wekker. Even voor zeven. Op de wekker staat dan: 06.50 uur. Au. Nog even blijven liggen tot zeven uur en dan gaat de routine van start. Binnen het uur moet ik alles gedaan hebben. Dat is even wennen, want de afgelopen zes maanden zijn er maar weinig dagen geweest dat ik binnen die tijd gedoucht, opgemaakt en aangekleed moest zijn. En dan ook nog ontbijten. En de katten eten geven en naar buiten laten. Ach, ik zal er over ophouden. Iedereen kent dat wel.
Mijn toegangspasje werkt niet, dus moet ik mij melden bij de receptie. Ik krijg tijdelijk toegang. Mijn werkvlek (ik werk in een flexibele kantooromgeving) is tijdelijk niet toegankelijk, omdat de zesde verdieping wordt verbouwd. Tot 1 januari mag ik een werkplek zoeken op de derde verdieping. Maar ik ga eerst op zoek naar collega’s. Die zitten voor een groot deel op de vijfde verdieping. Zo, er is nu toch al ruim een kwartier voorbij. De begroeting door mijn collega’s is echt lief. Ze nemen de tijd om me te omhelzen, te kussen, de hand te schudden en te vragen hoe het met me gaat. Zo, weer een kwartier voorbij. Ik installeer mij achter een PC en kan alleen met hulp van de helpdesk inloggen. Verrassend genoeg staat er op mijn telefoon, die ik voor het eerst sinds zes maanden weer aanzet, geen enkel voicemailbericht. Mijn ingesproken mededeling was in ieder geval duidelijk. Ik ben benieuwd of mijn inbox van Outlook ook leeg is. Oeps, nee dus. 1306 berichten. Dat zijn toch al gauw ruim 10 berichten per werkdag. De berichten zijn niet alleen van de eerste paar weken (wat ik me nog had kunnen voorstellen), maar gelijkelijk verdeeld over de zes maanden. Als je dus zonder aanwezig te zijn of zelf te mailen al tien berichten per dag krijgt, begrijp ik de mail-stress beter. Daar heb ik zelf ook last van gehad.
Ik besluit om alle mails weg te gooien. Control A, delete. Dat voelt goed: beginnen met een lege inbox. Op de interne Twitter-site (Yammer) meld ik aan mijn collega’s dat ik er weer ben en al mijn mails heb weggegooid.
Ik heb mijn oude functie weer terug, maar neem het werk over een maand pas over. Ik kan dus rustig beginnen met lezen en me inwerken. Wat een luxe. Op de tweede dag voelt het niet meer als luxe, maar als nutteloos. Ik wil weer aan de slag. Rondhangen en rustig dingen lezen, kan ik beter thuis. Dat heb ik de afgelopen maanden wel geleerd. En er van genoten.
Veel mensen vragen mij wat de sabbatical mij gebracht heeft. Daarover in een volgende blog. En over alle andere vragen die ik krijg. Een voorbeeld: heb je helemaal je werkmail niet gelezen? Al die tijd niet?

donderdag 24 november 2011

Nog 1 week! En dan?

Ja, wat dan? Weer aan het werk. Dan is het gedaan met het lummelen en luieren en het uitslapen. Hoe hard ik ook probeer om dat vooruitzicht nog even uit mijn hoofd te bannen, het lukt me niet. Als ik ’s morgens wakker word en het is nog donker, dan heb ik het idee dat het nog midden in de nacht is. Dan zie ik op mijn wekker dat het zeven uur is of half acht. Op dat moment realiseer ik me dat ik vanaf volgende week op dat tijdstip al een tijdje op ben. Al aangekleed, aan het ontbijten en bijna klaar om naar het station te rijden en de trein naar Zwolle te nemen. Daar op mijn fiets te stappen en naar kantoor te rijden. Jas ophangen, werkplek zoeken, collega’s begroeten, PC opstarten, koffie halen, eerste vergadering binnenlopen, telefoontjes plegen, mail lezen en beantwoorden, overleggen, op de fiets naar het station, trein naar Steenwijk, auto naar huis, borrel, eten, sporten, tv, kletsen, slapen. En daar gaat de wekker al weer.
Tjonge, als ik het zo opschrijf is het ook niet iets om naar uit te kijken. Ik besluit om nog maar even heel erg te genieten van deze laatste week vrij.

dinsdag 15 november 2011

Net niet!

Helaas, ik ben niet de winnaar geworden van de publiekswedstrijd van de Wereld Omroep met mijn korte verhaal. Dat ik genomineerd was door een jury vond ik al erg leuk en een mooi compliment.
Iedereen die op mijn verhaal heeft gestemd (of dat wilde doen, maar waarbij het niet lukte) wil ik heel erg bedanken voor de support.

woensdag 9 november 2011

Hoe en waar lunch je tijdens een sabbatical?

Nou, zo dus.
Maar het kan ook anders hoor. Zo heb ik een keer met Irene geluncht in het Vliegerhuys in Zwolle en met Karin op dezelfde locatie. En met Nettie in Public, ook in Zwolle. Met Inge op mijn eigen terras (begin oktober!) met een lekkere koude Chardonnay erbij. Laatst met Els bij Dudok in Den Haag. Ook nog bij Judith thuis. Niet te vergeten met Martin bij de IJ-kantine in Amsterdam. Maar doorgaans nuttig ik mijn lunch thuis in goed gezelschap.

maandag 7 november 2011

Korte verhalenwedstrijd

Als je op mijn verhaal wilt stemmen in de korte verhalenwedstrijd van de Wereldomroep, ga je alsvolgt te werk. Het is even een omweg maar de Wereldomroep wil het kennelijk graag zo.
Klik op de link onder aan dit stukje. Je komt dan op de pagina Expats in fictie waar de drie genomineerde verhalen staan. Onder het kopje Stemmen vind je een link om je gratis te abonneren op de nieuwsbrief. Dat moet je eerst doen, anders kun je niet stemmen. In je mail krijg je een bevestiging en via die bevestiging kun je je stem uitbrengen.
Het lukt niet bij iedereen, heb ik van diverse kanten gehoord. En dat is natuurlijk jammer. Ik hoop desondanks dat je mijn verhaal kunt waarderen.
Het stemmen kan nog tot 14 november.
http://www.rnw.nl/nederlands/article/expats-fictie-%E2%80%93-ga-ook-schrijven

dinsdag 1 november 2011

Mijn korte verhaal is genomineerd!

Deze zomer heb ik meegedaan aan de wedstrijd van de Wereldomroep: Expats in fictie. En mijn verhaal is een van de drie genomineerden! De lezers van de site mogen nu stemmen. Stem jij op mijn verhaal?
http://www.rnw.nl/nederlands/article/expats-fictie-%E2%80%93-ga-ook-schrijven

De laatste maand is ingegaan.

Vandaag, 1 november, is de dag dat ik kan zeggen: over precies een maand komt er een eind aan mijn half jaar sabbatical. Ik krijg het gevoel dat er nu ineens van alles nog even moet gebeuren. Want ik heb er nu tijd voor. Een beetje hijgerig. Nergens voor nodig, zegt een andere stem (ja, ik klets er wat van af zo in mijn eentje. Verder gaat alles goed, hoor).
De maand november heeft 30 dagen. Dertig hele dagen waarin ik kan doen waar ik zin in heb. En dat ga ik ook doen. Leuke afspraken gepland met vrienden, vriendinnen en zussen. Etentjes (bij mij thuis of elders), klussen thuis en wie weet nog wel een weekend weg of zo. Sauna. Wandelen. En natuurlijk Schrijven! Met hoofdletter. Want dat gaat zo lekker. Ik verheug me nu al op de (spaarzame) vrije vrijdagen (na 1 december) dat ik me kan verbergen in mijn verhaal. Klinkt wat tegenstrijdig, maar het vooruitzicht dat ik, naast mijn fulltime baan die ik straks weer oppak, een bezigheid heb die me helpt te ontspannen van en te ontsnappen aan de dagelijkse hectiek, vind ik heerlijk. Het verhaal staat al heel goed in de steigers en schrijft zich bijna vanzelf.
Het zal even omschakelen zijn (vooral ’s morgens op tijd opstaan, zal me niet makkelijk af gaan) om weer aan het werk te gaan, maar ik hou van werken. Bovendien zie ik dan al mijn leuke collega’s weer.
Nu nog even genieten van deze komende dertig dagen.

maandag 17 oktober 2011

Wanneer is het moment om weer aan het werk te denken?

Aan alle aspirant of beginnende sabbaticalisten adviseer ik: begin er niet te vroeg mee, het denken aan het werk. Het hangt er natuurlijk wel van af of je nog werk moet zoeken. Maar mocht je een baan hebben waar je direct na je sabbatical weer aan de slag kunt, dan is het goed om zo lang mogelijk te genieten van je vrije status. Uiteraard moet je niet geforceerd het werk blokkeren uit je gedachten en het kan geen kwaad om je alvast voor te stellen hoe het zal zijn als elke ochtend de wekker weer gaat. Tegelijkertijd heeft het geen enkele zin om je gedachten al weer te laten leiden door het werk. Hoe vaak komt het voor dat je langdurig, vrijwillig vrij bent en kunt doen waar je zin in hebt? Niet zo vaak, durf ik te zeggen. Maak er dan ook maximaal gebruik van en geniet van die vrijheid.
Waarom zeg ik dit? Om mijzelf een hart onder de riem te steken. Op mijn eigen verzoek heb ik onlangs geluncht met mijn teamleider. Mijn sabbatical is ook bedoeld om eens na te denken over mijn werk. (Wat wil ik? Wat vind ik leuk? Ben ik nog tevreden over de resultaten en de inhoud? Voel ik mij nog thuis bij mijn werkgever? Enzovoorts.) En omdat ik al vierenhalve maand vrij ben (en nog anderhalve maand te gaan heb), vond ik het tijd worden om eens te horen hoe het op dat werk is. Er staan veel veranderingen op stapel en het leek me nuttig die te betrekken bij mijn denken.
Het was een erg leuke lunch en ik heb er een positief gevoel aan over gehouden. Vooral ook omdat tijdens de lunch een oplossing bij me opkwam, waarmee ik het mezelf en de organisatie erg makkelijk maak. (Voor alle duidelijkheid: ik kom gewoon op 1 december weer terug hoor.) Van te voren had ik niet nagedacht over het gesprek, had ook niets voorbereid en ging dus met een open houding het gesprek in en hoopte vooral veel informatie te krijgen. Informatie die ik dus weer zou kunnen gebruiken als ik wat concreter zou gaan nadenken over de hervatting van mijn werk. En dat was precies wat er gebeurde. Ik kreeg veel informatie en als vanzelf ontstond dus die oplossing. Daarna hoefde ik van mezelf ook niet meer diep na te denken over mijn werk, omdat ik het vertrouwen heb dat dat straks ook vanzelf gaat.
Van op een afstand kan ik heel goed de minder leuke kanten van mijn werk op een rij zetten. Logisch, want daarvan ben ik voor een lange tijd bevrijd en dat geeft lucht en opluchting. De leuke dingen, de inspirerende zaken, de uitdagingen, de moeilijke vraagstukken, de collega’s, die spelen allemaal geen rol nu. Die voel ik straks vanaf 1 december wel weer. Dat maakt het vervolgens makkelijker om een weloverwogen keus te maken. Hoop ik. Tot die tijd heb ik nog even alle tijd om alles te doen wat ik leuk vind, met uitzondering van werken.

Iets van een heel andere orde. Zondagochtend liep ik, zoals vaker, met mijn man op de Woldberg een rondje hard. Er is een stukje waar de wortels van de bomen grillig boven de grond uitkomen. Vaak hebben we het er over dat je hier echt moet kijken waar je je voeten zet om niet te struikelen. Hm. Kennelijk keek ik niet goed, want ik struikelde. Vervolgens probeerde ik dat te corrigeren, wat niet lukte, waardoor ik plat voorover op de grond belandde. Ik zie het nog steeds voor me. Mijn benen hebben waarschijnlijk een beweging gemaakt in de lucht, zoals je dat wel in tekenfilms ziet op het moment dat de stripfiguur boven een ravijn hangt voordat hij naar beneden stort. Mijn borst kwam op een dikke stronk terecht, mijn linkerknie tegen een andere stronk, mijn armen waren voor me, waardoor ik voorkwam dat mijn hoofd op de grond kwam. Resultaat: een schram op mijn knie. Nergens pijn. Een wonder. Het rondje hebben we, iets ingekort, afgemaakt. Vandaag doen mijn ribben een beetje pijn, is mijn onderrug stijf en heb ik spierpijn in mijn bovenarmen. Als ik denk wat er fout had kunnen gaan (tand door lip, rib gekneusd, knie ontwricht, arm geblesseerd) afgaande op de positie waarin ik lag, heb ik mazzel gehad. Als klein meisje viel ik vaak (ik denk nu, zoveel jaar later, dat ik waarschijnlijk gewoon toen al een bril nodig had. Ik struikelde namelijk altijd over lage drempels en stoepranden. Had standaard twee bulten op mijn voorhoofd), maar als volwassene is het me haast niet meer overkomen. Behalve een keer met de fiets op een beijzelde weg. Het is raar om te vallen. Het duurt maar heel kort, maar ik herbeleef het telkens weer in slow motion. Niet traumatisch of zo, maar als in een film. Heel vreemd en grappig tegelijk.

woensdag 5 oktober 2011

Een ontmoeting met een bijzondere man.

Onlangs was ik op bezoek bij een zeer gepassioneerd en bevlogen persoon. Ik heb grote bewondering voor mensen met een passie; ik raak daar altijd door geïnspireerd. Vooral als ze die passie delen.
Over wie heb ik het? Over Jay Walker, Amerikaan. Succesvol ondernemer met een dynamische carrière. Daarnaast vindt hij dingen uit; hij noemt zichzelf inventor. Dat is slechts één deel van zijn leven (waar jij en ik al meer dan een dagtaak aan zouden hebben).
Een ander deel van zijn leven wijdt hij aan zijn persoonlijke bibliotheek: the
Jay Walker Library of Human Imagination. De link gaat naar zijn TED-talk die gaat over zijn bibliotheek.
Via Wikipedia en Google is nog meer informatie over Jay Walker en zijn Library te vinden. Dat hoef ik hier niet te herhalen en is al indrukwekkend genoeg.
Mij trof de gedrevenheid en het plezier die Jay heeft in het verzamelen van zijn tot nu toe 50.000 boeken en andere items over de ‘human imagination’. Vooral dat plezier was aanstekelijk en inspirerend. Twintig, vijfentwintig jaar geleden begon Jay met het verzamelen van werken die een blik geven op de verbeelding, de creativiteit van mensen. Op het moment dat hij er mee begon (hij was toen ergens halverwege de twintig) wist hij al hoe zijn bibliotheek er uit moest zien en zo is het ook geworden (zie de TED-talk voor wat beelden).
Jay ontving ons (mijn man en mij) op een avond in zijn huis in Ridgefield, Connecticut waar de Library een vleugel van beslaat. Hij gaf ons de grand tour, dat wil zeggen met muziek en lichtshow en uitgebreide uitleg over de inrichting van de ruimte. Hij nam ons mee en toonde ons de Gutenberg Bijbel uit 1452-55. Hij liet ons een paar prachtige boekjes zien waarvan de leren omslagen versierd waren met juwelen en bladgoud. Zijn laatste aanwinst was een boek met tekeningen van dwergen, uit de 18e eeuw. Jay begeleidde ons naar zijn exemplaar van The Birds of America van John James Audubon; voor mijn man de belangrijkste bron van opwinding tijdens dit bezoek.
We mochten alle boeken oppakken, doorbladeren en lezen zonder de bekende witte handschoenen. Jay’s opvatting hierover: “Deze boeken gaan al eeuwen mee en zijn in die tijd veel slechter behandeld dan wanneer jij ze oppakt. Als je handen maar schoon zijn.” Het omdraaien van de bladen in het boek van Audubon moest wel samen met hem; de bladen zijn 99x66 centimeter en erg kostbaar.
Jay liet ons een tijdje alleen en wij voelden ons als kinderen in een snoepwinkel. Maar dan wel een kostbare snoepwinkel.
Het is te veel om op te noemen wat we gezien en aangeraakt hebben en dat is nog maar een fractie van wat er staat en ligt in de Library of Human Imagination. Nou, vooruit, nog een voorbeeld dan: een boek voor brandweermannen. Een Nederlands boek met ingekleurde gravures van grote branden, waarop te zien is hoe een brand zich verspreidt en hoe de brand bestreden moet worden. Ook een gravure van een nieuwe machine waarmee sneller water opgepompt kon worden. Eigenlijk dus een soort instructieboek voor de brandweer. De brand in het oude middeleeuwse stadhuis op de Dam in Amsterdam in 1652 staat er als voorbeeld in. De gravures waren stuk voor stuk geschikt om in een museum te hangen, zo mooi gemaakt. Ik ben vergeten van wanneer het boek dateert, maar het was oud.
Hoezeer al die bijzondere, gekke, mooie, verrassende boeken ook indruk op mij maakten, het was Jay Walker, de man zelf, die de meeste indruk op mij maakte. Wat een passie, wat een gedrevenheid en, zoals ik al zei, wat een lol heeft hij in het verzamelen van al dat moois. Hij liep te lachen en sprong van het ene boek naar het andere om het aan ons te laten zien. Na het afscheid heb ik nog urenlang een glimlach op mijn gezicht gevoeld en bleef ik maar herhalen: ongelooflijk, wat een schatkamer en wat bijzonder om dat een keer te mogen zien.

dinsdag 27 september 2011

De indrukken die ik te verwerken kreeg in NYC.

Dat zijn er nogal wat, die indrukken. Logisch in zo’n stad. Bovendien nog maar drie dagen na de herdenking van 9/11; de beelden van tien jaar geleden die eindeloos herhaald werden op tv en de herdenking zelf zaten nog in mijn hoofd. En dan ben je er ineens heel erg dichtbij. Vooral ook omdat het weer vergelijkbaar was met tien jaar geleden: blauwe hemel, zon, redelijk warm. Aangenaam. Maar toen wreed verstoord. Een paar keer hoorde ik een vliegtuig boven de stad dat hetzelfde geluid maakte als het tweede vliegtuig dat toren 2 in boorde. Ik realiseerde me ter plekke dat er duizenden mensen in New York moeten zijn die met een trauma rondlopen, die misschien wel even wegduiken bij het horen van dat geluid.
Het antwoord op de vraag ‘Waar was je tien jaar geleden op 11 september?’, is voor mij glashelder te beantwoorden: op mijn werk (toen bij de gemeente Leeuwarden), nerveus proberend contact te krijgen met mijn man die in Washington zat. Het vliegtuig op het Pentagon was nog niet neergestort. Toen dat gebeurde, werd ik ook bang. Gelukkig was mijn man veilig en was het ‘enige’ probleem: wanneer kan hij weer naar huis? Het luchtruim was immers afgesloten voor onbepaalde tijd en niemand die kon voorspellen of het bij deze aanslag zou blijven of dat er nog meer zouden volgen. Godzijdank is hij veilig thuisgekomen na een paar zenuwslopende dagen.
Maar dat was tien jaar geleden. Nu waren we een week in NYC om er vooral van te genieten. Mijn vorige – en enige – bezoek aan New York was in 1985, ook een week. Dat was tijdens mijn verblijf van een half jaar in Miami. Toen liep ik in mijn eentje de stad af en probeerde alles wat ik zag op me in te laten werken. Mijn conclusie toen was: ‘hier wil ik wel wonen.’ Ik ben Amsterdammer en voelde me er thuis.
Ik ben er nooit gaan wonen, maar mijn ervaring deze week kwam in de buurt van het gevoel van toen: wat een geweldige stad. Wat een aangename stad. Wat een leven, spirit, activiteit. En wat een mogelijkheden. Ik zal jullie niet belasten met een opsomming van de dingen die we gedaan en bezocht hebben, maar me beperken tot de zaken die me opvielen. En ze vielen me op omdat ik ze, denk ik, niet verwachtte.
Central Park is een veilig park. Dat is wel eens anders geweest. Als vrouw alleen kun je er ’s avonds doorheen lopen, zonder problemen. De kans dat je er aangevallen, overvallen, beroofd, aangerand of vermoord wordt, zijn klein. Of, niet groter dan op een vergelijkbare plek, en misschien zelfs kleiner. En overdag is het een bruisend park, waar honderden mensen joggen, fietsen, wandelen, picknicken en doorheen lopen op weg naar hun werk. Met de caffé-latte van Starbucks in de ene hand, de mobiele telefoon in de andere en muziek in de oren. Op makkelijke schoenen en de schoenen met hoge hakken in de tas. In het weekend verdubbelt het aantal renners en fietsers en uiteraard hebben wij meegedaan met dit sportieve volk. En het werkt zeer stimulerend, al die joggers om je heen. Van oud tot jong, van langzaam tot marathonniveau.
In het zakelijke district van NYC, dat is rondom Times Square en verder naar beneden, zijn de kantoormensen netjes gekleed, zoals te verwachten van Amerikanen. Mannen in pak, vaak zonder das, vrouwen in mantelpak met degelijke schoenen. Kom je iets buiten deze buurt, dan kleden de vrouwen zich een stuk modieuzer en zelfs uitdagend. Minirokken en schoenen met stilettohakken. Hoe ze het doen, de hele dag op die schoenen, is mij een raadsel, maar ze doen het. Strakke jurkjes, designer outfits, de laatste trends. Het leukst is het om tijdens de lunchpauze mensen te observeren. Men luncht buiten kantoor. Al wandelend, de vrouwen op die hoge hakken, vertrekken de kantoormensen in groepjes naar de populaire lunchplekken. En daar staan ze vervolgens in een meterslange rij, voor bijvoorbeeld Creative Salads, voor waarschijnlijk de beste salades in Town. Een paar deuren verder hebben wij heerlijk geluncht in een deli waar je je eigen bordje kon samenstellen uit een enorm aanbod van groenten, sushi, salades, pasta’s, enzovoorts. Geen rij, maar heerlijk eten. Kennelijk niet hip genoeg. Want dat telt wel heel erg mee. En waarschijnlijk is het staan in de rij ook onderdeel van het socializen. En wie weet is zo’n rij ook wel een potentiële datingmarkt.

In Soho zien de mensen er weer heel anders uit. Dit is de hippe buurt van kleine creatieve bedrijfjes op het gebied van mode, design en internet. De mensen zijn jonger en kleden zich zoals je dat verwacht van creatievellingen die willen opvallen: alles kan als het maar gek en opvallend is. Soho is een aangename buurt om rond te lopen. De huizen zijn laag, er staan bomen in de straten en veel huizen hebben stenen trappen als entree, zoals we die kennen uit de films en uit Sex and the City. Soms heb je het idee dat je op een filmset loopt, maar het is echt.

In Chelsea stikt het van de galeries en voormalige pakhuizen (het Meatpacking District). Op donderdagavond hebben de galeries openings. Je kunt dan de nieuwe aanwinsten bekijken, maar vooral is het bedoeld om gezien te worden en celebrities te spotten of misschien zelfs te spreken. Op uitnodiging van tekenares Anita Kunz hebben we een flink aantal galeries ‘gedaan’ die avond. Het publiek is weird, ik heb er geen ander woord voor. De kunst overigens ook, een enkele uitzondering daar gelaten.

Wat ook bijzonder is van NYC is dat je op slechts een half uur rijden van het centrum echt buiten bent. In de natuur met natuurparken, leuke dorpjes met cafés en galeries. Met enthousiasme gaat de New Yorker erheen, met rugzakje en wandelschoenen of mountainbike. Op zo’n plek, Palisades Interstate Park langs de Hudson River omhoog, stopten we even. Je kon de skyline van New York nog zien in de verte. Een grote parkeerplaats met een leuk café zonder fastfood, maar lekkere salades en sandwiches. En vers gezette koffie. Op een uitkijkpunt, kijkend over de Hudson River, stond een groepje mannen met grote verrekijkers en telelenzen aan de camera’s. Ze bekeken de roofvogeltrek die op dat moment langskwam. Wij keken en telden mee. En raakten al snel in gesprek. Zo’n aangenaam gesprekje over vogels. Het uitwisselen van bijzondere waarnemingen en natuurlijk het beantwoorden van de vraag: Where y’all from? Holland is altijd goed. Ze zijn er ooit geweest of kennen iemand die er vandaan komt.

Nog een half uurtje rijden verder naar het noorden en we kwamen in Beacon aan. Een slaperig stadje dat zo model kan staan voor een film over een wat dromerig meisje of dromerige jongen die in een lunchroom werkt en eigenlijk kunstenaar is en dan ontdekt wordt en naar de grote stad trekt. In Beacon is namelijk het Dia: Beacon, een museum voor moderne kunst van aanstormend talent en gevestigde kunstenaars zoals Richard Serra. Dat was ons doel. Het museum is gevestigd in een oude dozenfabriek en is het bezoeken waard. De kunst was wisselend (van aantrekkelijk, naar creatief, naar onzin), het gebouw schitterend en de bezoekers waren interessant. Echte kunstenaars, was onze conclusie. Bijzondere outfits, bijzondere schoenen en bijzondere haardracht; dat waren de meest in het oog springende aspecten. Dat wil zeggen: zwarte pakken met rode of groene hoge schoenen bij een aantal heren, losse kleden gedrapeerd om de schouders en heupen, groene en gele haren. Bij zowel dames als heren. En vooral veel brillen met zware, zwarte monturen. Vond ik persoonlijk al weer een beetje passé. Op de weg terug naar New York passeerden we een hele serie aangename provinciestadjes, die met de trein een goede verbinding hebben met NYC. In een van die stadjes wonen de Clintons: Chappaqua. Ook daar kwamen we doorheen. Hier veel chique winkels en restaurants. We vroegen ons af of die er gekomen zijn vanwege de Clintons of dat zij er zijn gaan wonen vanwege die winkels. Toch nog maar eens navragen.

En dan ben je weer terug in de City, waar het bruist en borrelt. Waar je weer mag socializen en meedoen met de hectiek. Mag? Ik denk moet. Ik voelde me er zeker weer thuis en de ontmoeting met de communicatiemanager, een vakgenoot dus, van het Metropolitan Museum Mary Flanagan deed me even mijmeren over de mogelijkheden van de stad. Het two-bedroom appartement dat naast ons appartement (West, 72 Street) te koop stond, hoefde ‘slechts’ 950.000 dollar op te leveren. Ach, ik woon toch ook heel graag en fijn in Giethoorn. Voor minder geld.
(PS: Voordat we terugkeerden naar NYC die dag hebben we een bezoek gebracht aan de Jay Walker Library. Daar wijd ik een aparte blog aan, zo bijzonder was dat.)

vrijdag 23 september 2011

En hoe was het nu in the MET en in NYC?

Leuk! En vooral bijzonder. Met bijzondere ontmoetingen en een mooie tentoonstelling.
In New York wordt het Metropolitan Museum of Art kortweg the MET genoemd. Wel zo makkelijk. En in die MET werd op 14 september de tentoonstelling Infinite Jest geopend. Een tentoonstelling van karikaturen van Leonardo to Levine, zoals het museum het zelf samenvat. Honderdzestig komische, groteske en vreemde tekeningen die al sinds Leonardo da Vinci gemaakt worden. Het museum heeft gekozen voor tekeningen die het zelf in bezit heeft. Twee van de 160 tekeningen zijn van Siegfried Woldhek; deze twee tekeningen zijn door het museum verworven. En hangen dus nu in het MET. Toevallig is Siegfried mijn man, dus ik geniet mee van deze bijzondere gebeurtenis. Van heel dichtbij, want we zijn aanwezig op de opening van de tentoonstelling in New York.
De tentoonstelling is op de 1e verdieping van het enorme museum, op de afdeling Drawings en beslaat drie ruimtes en een wand op een doorgang naar een ander deel van het museum. (We hebben drie keer het museum bezocht in de week dat we in NY waren en elke keer verdwaalden we weer, zo groot is het. Wat een prachtige dingen zijn er te zien. Ongelooflijk.)
Op de opening waren ongeveer 100 mensen, relaties van het museum neem ik aan en geïnteresseerd in kunst. Er was geen speciale openingshandeling of toespraak; we werden naar de ruimte geleid en konden daar de tentoonstelling bezoeken. De samenstelster van de tentoonstelling, Nadine Orenstein, curator bij the MET, begroette iedereen persoonlijk en bracht mensen met elkaar in contact. Netwerken, dat kunnen die Amerikanen wel. Zo vroeg Nadine aan Siegfried of hij Pat Oliphant kende. Siegfrieds mond zakte open: ‘Of ik die ken? Ik ben een groot bewonderaar van hem en volg hem al sinds 1969.’ ‘Okay’, zei Nadine, ‘hij is hier ook. Wil je dat ik je aan hem voorstel?’ Overbodige vraag! En zo stonden we even later met Pat Oliphant, - die
wel "the most influential cartoonist now working" wordt genoemd – en zijn vrouw Susan te praten. Pat, een erg aardige, gezellige, beetje Peter van Straaten-achtige levensgenieter van 76, die ik zeker geen dag ouder dan 65 had gegeven als ik had moeten raden, vond de tekeningen van Siegfried prachtig. De beide tekenaars hielden niet op met elkaar complimenten geven.
De reacties van de bezoekers op de beide tekeningen van Siegfried waren zeer positief. Ze moesten lachen en haalden anderen erbij. Vooral de tekening van Bush, A summary of a Presidency, leverde glimlachen en elkaar aanstoten op. Normaal gesproken krijgt een tekenaar de eerste reactie op zijn tekening in de krant niet te zien; hij is er immers niet bij als de lezer zijn krant openslaat. Een bijzondere ervaring dus.
Aan het eind van de avond liepen we op wolkjes het museum uit en hielden we, heel geroutineerd, een taxi aan, zoals je dat altijd in de film ziet.
Op vrijdag 16 september stond een recensie van de tentoonstelling in de
New York Times en op donderdag 22 september heeft Mars van Grunsven er in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad een stuk aan gewijd (helaas geen link beschikbaar). Ik ben best een beetje trots.

dinsdag 13 september 2011

Nederlandse tekenaar Siegfried Woldhek in Metropolitan New York

Op woensdag 14 september opent in het Metropolitan Museum of Art in New York de tentoonstelling Infinite Jest: Caricature and Satire from Leonardo to Levine. Van tekenaar Siegfried Woldhek (1951), bekend van zijn schrijversportretten in Vrij Nederland en politieke prenten in NRC Handelsblad, zijn twee tekeningen opgenomen in de tentoonstelling.

De tentoonstelling laat vele werken zien uit de collectie van het Metropolitan museum (Leonardo da Vinci, Francisco de Goya, Henri de Toulouse-Lautrec, David Levine, enz.). Het toont satirische tekeningen en karikaturen in al hun vormen, van de Italiaanse Renaissance tot heden.

Woldhek: “Ik ben een groot bewonderaar van de tekeningen van Da Vinci, Goya, Daumier en natuurlijk David Levine. Dat daar twee van mijn tekeningen bij mogen hangen, is een enorme eer.”
De tekeningen van Woldhek in het Metropolitan zijn een portret van George W.
Bush en een portret van George W. Bush en Dick Cheney.
Siegfried Woldhek tekent sinds 1976 schrijverportretten in Vrij Nederland. Voor NRC Handelsblad maakt Woldhek sinds 1980 politieke prenten en tekent hij de zogenaamde bordes-‘foto’ van het nieuwe kabinet, nog voordat de officiële bordesfoto gemaakt is.  Wim de Bie noemt Woldhek ‘de beste satirische tekenaar van Nederland’.

Het contact tussen Woldhek en het Metropolitan Museum is tot stand gekomen via museum Atlas van Stolk in Rotterdam dat twee jaar geleden 500 originele tekeningen van Woldhek heeft aangekocht.

Siegfried Woldhek heeft in 2008 op het TED congres in Monterey een lezing gehouden over Leonardo da Vinci (zie ook: DWDD). Ook heeft hij voor TED Los Angeles 2011 alle sprekers geportretteerd voor de programmagids.
De tentoonstelling in het Metropolitan (
www.metmuseum.org) laat satirische tekeningen en karikaturen zien in al hun vormen, van de Italiaanse Renaissance tot heden.

Siegfried Woldhek is aanwezig bij de opening op woensdag 14 september en verblijft tot 20 september in New York. Hij is bereikbaar op: 06-83 21 81 90 en via siegfried@woldhek.nl

woensdag 7 september 2011

Wat heeft DWDD met mijn sabbatical te maken?

Niet zo heel veel. Of toch wel een klein beetje. Want ik heb nu de tijd om er over te schrijven. Anders zou ik er met mijn collega’s bij het koffieapparaat over praten en dat gaat nu even niet.
Maandagavond keek ik naar DWDD, de eerste uitzending van het nieuwe seizoen, en het viel me bar tegen. Het eerste onderwerp was interessant: hadden de Nederlandse schrijvers gelijk door wel naar China te gaan en niet het speldje van Amnesty te dragen? Een lastig onderwerp: boycotten of niet? P.F Thomése, Herman Pleij en Ramsey Nasr gingen in discussie. Althans dat was de bedoeling, maar dat lukte niet echt. Thomése zat er rustig bij, maar Herman Pleij en Ramsey Nasr hadden de bokshandschoenen aangetrokken. Geen idee waarom, maar vanaf het begin verdedigden ze tamelijk agressief hun bezoek aan China. Ik hoorde echter geen argumenten die mij overtuigden dat het een juiste keus van ze was geweest. En door harder, feller en agressiever te gaan praten word je meestal niet overtuigender. Het toppunt was dat Pleij aan het eind zei: “Nee, natuurlijk, wij zijn gewoon een stel randdebielen.” Niemand had dat gezegd. Tijdens zo’n ‘discussie’ wordt duidelijk dat ‘wij’ in Nederland geen ervaring hebben met goede debatten voeren. Wij leren dat niet op school en dat is jammer, want dat zou ten goede komen aan dit soort tv-programma’s. In Engeland of Amerika zou dat heel anders gaan. Ook in Duitsland wordt het debatteren al jong geleerd. Wordt het niet eens tijd dat het vak debatteren op de middelbare school gegeven wordt?
Vanmorgen stond in nrc.next een ingezonden brief van Yu Zang, secretaris van het Writers in Prison Committee van het onafhankelijke Chinese PEN Centrum (schrijversorganisatie die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting). Hij stelt in zijn brief dat Chinese dissidenten het zwaarder hebben door het officiële bezoek uit Nederland. Een Chinese schrijver kreeg huisarrest vanwege de boekenbeurs in Peking. En dat is geen uitzondering. Kijk, dat miste ik nu in de verhalen van Pleij en Nasr. Zij kwaakten dat de schrijvers die zij ontmoet hadden zo ontzettend blij waren met hun bezoek en het contact. Natuurlijk. Maar hoeveel schrijvers hebben zij niet gesproken, omdat zij met huisarrest thuis zaten?
Over de rest van de uitzending zal ik het maar niet hebben. (Jan Mulder die beweert dat Jan Kees de Jager niet gekwalificeerd is voor zijn ministerschap en De Jager die vervolgens gaat vertellen welke opleidingen hij allemaal gedaan heeft. Huh? Op sollicitatiegesprek bij Mulder? En wat doet André van Duijn in dit programma? Duidelijk niet zijn publiek, want gelachen werd er nauwelijks. Pijnlijk en gênant.)
Enfin, dinsdagavond zat ik weer klaar voor DWDD. Ik dacht: ik geef Matthijs een tweede kans. Ik ben de beroerdste niet. Helaas. We krijgen eerst een onsamenhangend verhaal van Joost Zwagerman over kunst en terrorisme. Vervolgens een promotiepraatje voor een documentaire over Studio Sport. De twee gezichten van Studio Sport mogen vertellen dat ze nog best samen een kopje koffie drinken en prima kunnen samenwerken. Klonk niet erg geloofwaardig, zeker niet als je de gezichten erbij zag. Dan mogen drie heren vertellen over een nieuwe Nederlandse tv-serie. Nog een promotiepraatje dus en dan is het alweer afgelopen met de inhoud. De enige die er met charisma en gevatheid bij zat was tafeldame Claudia de Breij.
Wat is er aan de hand met DWDD? Is de formule uitgewerkt? Ben ik er op uitgekeken? Of heeft het te maken met het feit dat alle (ALLE) gasten man zijn? Inclusief de optredende bands? Matthijs, doe er iets aan, of je bent mij als kijker kwijt.

dinsdag 30 augustus 2011

Het korte verhaal.

“Ik had geen tijd om een korte brief te schrijven, dus heb ik een lange geschreven.” Deze uitspraak deed Mark Twain ooit. (“I didn’t have time to write a short letter, so I wrote a long one instead.” Meer quotes zijn te vinden op: http://www.thinkexist.com/.)
Daar ben ik het erg mee eens. Ik ben bezig met een kort verhaal van maximaal 1500 woorden (voor een wedstrijd). De woordenteller onderin mijn scherm is ineens nogal dwingend aanwezig. Het onderwerp voor het korte verhaal is vrij; de enige instructie is dat het over een Nederlander of Vlaming in het buitenland moet gaan. En het mag/moet fictie zijn.
Ideeën genoeg, maar dat aantal woorden! Maandag las ik in nrc next in de rubriek ‘Het literaire bedrijf’ een stukje van Ilja Leonard Pfeijffer. Hij schrijft wekelijks over het leven van een schrijver en geeft tips aan debuterende schrijvers. Zijn stijl van schrijven spreekt me erg aan en ik lees de stukjes graag. De titel van een vorig stukje luidde: Zijn schrijvers altijd alcoholisten? Het antwoord was: ja.
Maar nu gaat zijn stuk over korte verhalen: ‘Korte verhalen zijn lastig’. Pfeijffer omschrijft het heel treffend. Hij vindt het schrijven van korte verhalen lastiger dan het schrijven van een roman: “Je bent een architect die gewend is kathedralen te bouwen en dan moet je opeens een hondenhok ontwerpen. En het moet nog een goed hondenkok worden ook. Je kunt geen pilaren gebruiken, geen zijbeuken, kapellen of steunberen.” Zaken die een roman ondersteunen en die bijdragen aan de stabiliteit van de structuur. Volgens Pfeijffer is dat ook de reden dat veel schrijvers beginnen aan een kort verhaal dat uitmondt in een roman: “Het is meer werk, maar makkelijker.” En dat is in feite ook wat Mark Twain zei. En toch ga ik het proberen. De lat ligt wel hoog, want de meesters in het schrijven van korte verhalen zijn natuurlijk Nabokov, Belcampo, Borges. Voor de wedstrijd waar ik aan mee wil doen, wordt een andere norm gehanteerd. Gelukkig. Pff.
(FYI: dit stukje telt 341 woorden.)

maandag 29 augustus 2011

Waarom is een afwijzing leuk?

Als beginnend schrijver kun je in alle schrijfhulpboeken lezen dat het zelden of nooit gebeurt dat jouw debuutroman met open armen wordt ontvangen door de eerste uitgever aan wie je je manuscript toestuurt. Sommige debutanten moeten eindeloos met hun manuscript leuren, bij andere werkt het toeval in het voordeel, weer andere debutanten hebben aan een verhalenwedstrijd meegedaan, hebben daardoor al iets gepubliceerd en vergroten daarmee iets hun kans, maar alle uitgevers en agenten zeggen hetzelfde: de debutant moet leren leven met afwijzingen. Een afwijzing zegt niet per sé iets over de kwaliteit van het geschrevene, lijkt het. Kijk maar naar J.K. Rowling: in 1995 werd het eerste deel (van de zevendelige serie die ze op dat moment al klaar had) over Harry Potter door diverse uitgeverijen teruggestuurd. Pas in 1997 accepteerde uitgeverij Bloomsbury Publishing  haar manuscripten en gaf ze uit. Een slecht boek kun je het niet noemen. (De uitgeverijen die haar afwezen, hebben ongetwijfeld een flinke pot zitten janken, toen ze het latere succes van Harry Potter zagen ontstaan.) Waarom werd ze door die andere uitgeverijen afgewezen? Ik weet het niet en het is de vraag of er altijd een voor de hand liggende verklaring is voor een afwijzing. Op het verkeerde moment bij de verkeerde persoon terecht gekomen, klinkt nog het meest aannemelijk. Frustrerend is het wel. Voor Joanne Rowling is het allemaal goed gekomen, maar er lopen ongetwijfeld veel teleurgestelde debutanten rond.
Ben ik gefrustreerd of teleurgesteld? Nee, nog niet. Zelf heb ik al twee afwijzingen binnen, maar met Rowling in gedachten, vind ik een afwijzing vooral een aanmoediging. Wat ik wel lastig vind, maar ook begrijpelijk, is dat een afwijzing niet gepaard gaat met een onderbouwde motivatie. “Het manuscript past niet in ons fonds” en “Gezien het enorme aanbod van manuscripten is het voor ons helaas niet mogelijk onze beslissing nader toe te lichten.” Ik moet er nog achter komen of de zinsnede “… dat uw manuscript niet in ons fonds past…” een eufemisme is voor: het is bagger. Blijven insturen dus, want ik weer zeker dat het geen bagger is. En ondertussen werken aan een kort verhaal (zie volgende blog).



vrijdag 19 augustus 2011

Tijd? Ja, dat dacht ik. De praktijk is toch anders.

In mijn Top 10 van leukste dingen van een sabbatical heb ik ‘Tijd’ genoemd. En dat is natuurlijk ook zo: ik heb zeeën van tijd. Alle uren van de dag en de nacht kan ik zelf invullen. Er staan mij geen verplichtingen te wachten, geen vergaderingen of te beantwoorden mails en geen mensen die dringend wachten op mijn telefoontje. Alles wat ik doe en inplan, wil ik zelf en kan ik op mijn eigen tijd doen, op het moment dat het mij het beste schikt. Een enorme luxe, als je bedenkt hoe dat in mijn werkleven normaal gesproken gaat.
En toch kom ik tijd tekort. Elke dag komt de krant in de bus (twee zelfs, maar gelukkig hebben nrc.next en NRCHandelsblad veel dezelfde artikelen), drie keer per week komt de lokale Steenwijker Courant, wekelijks ontvangen we Vrij Nederland en dan zijn er nog zo veel andere tijdschriften die interessant zijn. Zoals deze maand de LINDA. Die heb ik als los nummer gekocht omdat het over New York City gaat. Tips, leuke interviews en nieuws. Moet ik allemaal lezen voordat ik zelf naar NYC vertrek. En dan heb ik het nog niet over de boeken die ik wil lezen. Een belangrijk recept om zelf een goede schrijver te worden, is veel boeken lezen. Maar wanneer moet ik dat dan doen?
Wat doe je dan de hele dag, vroeg een vriendin aan me, die niet vies is van 50- of 60-urige werkweken. Als ik het opnoem lijkt het niet zo veel en zou het ook niet zo veel tijd in beslag hoeven nemen. Maar in de praktijk is dat toch echt anders. Ik sta op, lees bij mijn ontbijt nrc.next. Het ontbijt is genuttigd, de koffie gedronken en de krant zo goed als gelezen. Vrij Nederland ligt op tafel naar me te lonken. Ik lees het artikel over Mariko Peters, de ingezonden brieven, de rubriek De Week Waarin… en voor ik het weet is het tien uur. Ik verstuur drie mailtjes, post een paar twitterberichten en reageer op de reacties daarop. Dan zoek ik recepten voor gele pompoen, print een paar interessante, doe een was in de machine, zet een kop koffie voor mij en mijn man en installeer me aan de tafel om nu eindelijk eens te gaan schrijven. Aan deze blog. Het is twaalf uur. Waar is die tijd gebleven? En waar haal ik dus de tijd vandaan om te gaan schrijven? Toch maar weer terug naar mijn planning waar ik het in een van mijn eerste blogs over had? Diezelfde vriendin en ik kwamen tot de conclusie dat je soms meer gedaan krijgt als je vijf dagen per week werkt. Je bent dan verplicht om te plannen en efficiënt de uren in te delen.
Maar laat ik niet zeuren, want ik doe ook dingen die anders echt niet hadden gekund. Een week zingen met mijn zussen (errug leuk), een middagje met de snelste zeilpunter ter wereld het Bovenwijde op (voor alle duidelijkheid: mijn man zeilt met buurman; buurvrouw  - zelf ook geen onverdienstelijk zeilster – en ik kijken toe onder het genot van een glas witte wijn). Even naar de vrijdagmarkt in Zwolle. Perentaarten bakken en perenjam maken van de peren uit de tuin. Een late film kijken, zonder de onrust van een vroege wekker in het achterhoofd. Allemaal niet hoogdravend, maar wel leuk om te doen. En bovendien had ik geen hoogdravende sabbatical in gedachten, maar vooral een periode waarin ik kon schrijven en leuke dingen doen. En eigenlijk lukt dat best. Ik merk alleen dat je het begrip tijd niet moet overschatten.

woensdag 3 augustus 2011

Het oppas hondje

Sabbatical: één lange vakantie?

Ja, dat is het. Voor mij ten minste. En voor de meesten die lang verlof hebben genomen. Een onbetaalde vakantie, dat wel. Dat beperkt wel de mogelijkheden van reizen, tenzij je tijdens het reizen in je onderhoud voorziet door te gaan werken of je onderdak op een andere manier regelt. Zoals ik nu doe: ik heb ons huis geruild met vrienden die in Bergen aan Zee wonen. Zij hebben hun hondje achtergelaten voor ons en wij onze poezen voor hen. De beesten worden dus verzorgd, de tuin onderhouden, de post verzameld, de krant gelezen, de vuilnis aan het pad gezet en het huis is bewoond. Op internet is trouwens een groot aanbod van huizen die geruild kunnen worden, ook in het buitenland. Daar zijn heel positieve ervaringen mee. Zelf zou ik dat ruilen niet snel met onbekenden doen, alleen al vanwege onze poezen.
In september gaan mijn man en ik een week naar New York. Er wordt in het Metropolitan Museum een tentoonstelling geopend ‘Infinite Jest: Caricature and Satire from Leonardo to Levine’
en in die tentoonstelling hangen twee tekeningen van mijn man Siegfried Woldhek. Zo’n moment wil ik niet missen. http://www.metmuseum.org/special/se_event.asp?OccurrenceId={79A9F1ED-CA5C-453E-8210-BE3120901228}
Een hotel in New York kost gemakkelijk $ 250 per nacht en onze vriend David Siegel wilde graag zijn huis aanbieden, maar had zijn vakantie op een ander moment gepland met zijn vrouw en twee kinderen. Wel wilde hij ons helpen een betaalbaar alternatief te vinden op de dure hotels. Op
www.craigslist.com worden appartementen aangeboden variërend van $50 tot $200/300 (of veel meer). Op zijn Amerikaans luxe ingerichte appartementen in hippe buurten, soms met een groot dakterras, vaak met doorman in het gebouw, vele badkamers, jacuzzi, entertainment room enzovoorts. Maar nog steeds goedkoper dan een hotel.
We zijn nu al zeker twee weken bezig om tot een deal te komen met de aanbieders van deze appartementen. Telkens met hulp van onze vriend David. Opvallend is dat het contact volledig stilvalt op het moment dat David aanbiedt aan de verhuurder om het appartement te bezichtigen. Eerst wordt er nog een excuus bedacht (‘we willen de andere huurders niet storen’, ‘de datum komt me niet uit’) en dan is het stil. Het begint er op te lijken dat de aanbieders niet legit zijn.

Maar vanmorgen kwam dan toch het verlossende aanbod: een vriend van David is bereid zijn appartement aan ons te verhuren tegen een schappelijke prijs. Geen gedoe met papieren die eerst ondertekend moeten worden, geen torenhoge deposit, geen scam. Slechts een extra $75 voor de schoonmaakster naast de huurprijs. No problem. (Overigens kun je op
www.airbnb.com – tevens als app te krijgen – ook appartementen vinden. De bewoners bivakkeren dan tijdelijk elders kennelijk. Je zit dan wel tussen de spullen van een ander, maar de prijzen zijn interessant.)
Hoe dan ook: wij hebben onderdak en wie weet wil de verhuurder nog wel eens naar Giethoorn; dan hebben wij een leuk voorhuis voor hem te huur tegen een schappelijke prijs.

Oh ja, ik ga in augustus ook nog een week zingen met mijn zussen op de Zomeracademie. Ik zeg het nog maar een keer: een sabbatical is één lange vakantie. En om iedereen gerust te stellen: de eerste hoofdstukken van mijn boek liggen bij een uitgever. Nadat ik de synopsis had toegestuurd, wilden ze graag een aantal hoofdstukken ontvangen. Over drie maanden krijg ik een reactie. De vlag gaat nog niet uit, maar een afwijzing is het ook niet.

maandag 1 augustus 2011

Wat doe ik aan?!

Eerlijk gezegd had ik gedacht dat ik mijzelf die vraag niet meer zou hoeven stellen tijdens mijn sabbatical. Helaas, ook nu blijft het me achtervolgen. In mijn werkend bestaan moet ik de avond tevoren bedenken wat ik de volgende dag aantrek, anders mis ik geheid de trein omdat ik niet kan beslissen. Nu ik niet meer dagelijks naar mijn werk hoef, had ik gedacht en gehoopt dat het me minder zou bezighouden. Het lijkt echter wel alsof ik er nu nog langer over doe om te kiezen. Heb ik dan zoveel kleren? Niet meer dan een gemiddelde vrouw, denk ik.
Een oud-collega had ingeschat dat ik wel een aparte garderobe voor mijn sabbatical zou hebben, maar die heb ik dus niet. Ik kom er achter dat ik nette kleren heb die geschikt zijn voor kantoor, en een spijkerbroek. Die spijkerbroek doe ik aan als ik van mijn werk thuis kom en draag ik in het weekend (tenzij het warm is, dan heb ik een eindeloze voorraad shorts, rokjes en shirtjes). En ergens achter in de kast staat een afsluitbare doos waar ik de vakantiekleding in bewaar (tegenwoordig moet je dat outdoor-kleding noemen geloof ik). En die doe ik dus echt niet aan als ik thuis ben. Daar ga ik mee de bergen in, de paden op, de lanen in, de camping over (voor stads- en restaurantbezoek heb ik dan weer een eindeloze voorraad jurkjes).
Welke garderobe hoort er dan bij een sabbatical? In ieder geval kleding die makkelijk zit en waar je platte schoenen bij kunt dragen. Ik vind het vaak wat overdreven en ook ongemakkelijk om thuis op hoge hakken te lopen. Zo’n sabbatical is weliswaar een grote vakantie, maar ik wil er ook weer niet al te sjofel bijlopen. Je weet maar nooit wie er onverwacht aanbelt! Omdat ik geen speciale sabbatical garderobe heb, kost het me kennelijk moeite om de juiste keus te maken. Maar om te voorkomen dat ik nu een echte tut word, die niet kan beslissen, houd ik het zo simpel mogelijk: makkelijke kleding die wel elegant is.
Ik neem graag het advies van Joyce Roodnat in Een kwestie van lef ter harte. Zij zegt: “Alsjeblieft. Schep behagen in jezelf. Geniet van mooie kleren. Wees volwassen. Kom niet met excuses als kleding interesseert me niet, of: ik kan met mooie kleren niet fietsen. Wie zich niet voor kleding interesseert geeft zichzelf op, en dat kan niet de bedoeling zijn.” Ook tijdens een sabbatical, wat mij betreft. Een hele dag in mijn pyjama rondlopen is niets voor mij. Dus sta ik gewoon ’s morgens voor de kast te bedenken wat ik zal aantrekken, maar beslis ik wel sneller.

vrijdag 22 juli 2011

Lijstje!! De top-10 van allerleukste dingen van een sabbatical.

1.       Geen wekker.
2.       Uitslapen (of juist vroeg opstaan en genieten van een prachtige ochtend).
3.       Geen stress.
4.       Geen dagelijkse sleur (in Brussel noemen ze die: metro-boulot-dodo: reizen-werken-slapen).
5.       Tijd om na te denken.
6.       Tijd om te schrijven.
7.       Tijd om te koken.
8.       Tijd om mijn huis en tuin te leren kennen. (Huh? Ja, ik zie nu pas dingen in huis en in de tuin die me nooit eerder waren opgevallen. Zoals: stofnesten, maar daar heb ik dan weer een werkster voor; een lekkere plek om te zitten lezen; een bijzonder plekje in de tuin waar je heerlijk rustig zit in de avondzon en waar de poezen het ook heel gezellig blijken te vinden; de logeerkamer die eigenlijk heel saai is en waar nodig wat aan gedaan moet worden; enz.)
9.       Tijd om te lezen. (Ben nu Zomerleugens van Bernhard Schlink aan het verslinden.)
10.   Tijd.
Voordat mijn sabbatical inging, zag het lijstje er anders uit. Daar stond ook op: sporten, tuinieren, schuur schilderen, logeerkamer herinrichten. Maar ik kom er nu achter dat dat gewoon klussen zijn en geen invulling van een periode vrij en thuis zijn. Natuurlijk ga ik de schuur nog schilderen (zodra mijn elleboog hersteld is van het schilderen van het botenschuurtje), maar eerst nog even een kop koffie op het terras, schrijven en een ontwerp maken voor de logeerkamer. En jam maken van de Japanse wijnbes die dit jaar overvloedig vruchten geeft. En onze korte trip in september naar New York voorbereiden. En ook nog een weekje naar Bergen aan Zee en een weekje met twee zussen zingen op de Zomeracademie. Eigenlijk is het tiende punt op het lijstje wel het belangrijkste: tijd!

donderdag 21 juli 2011

(Hoe) houd je contact met je collega’s tijdens een sabbatical?

Op je laatste werkdag voordat jouw sabbatical ingaat, heb je vast een afscheidsborrel of, zoals ik, een high tea (#hogeT op Twitter). Je collega’s vragen dan natuurlijk je de oren van het hoofd over wat je het eerst gaat doen: heeeeeel lang uitslapen (die hoor ik vaak trouwens), voor je uit zitten staren, lezen, de hele dag in pyjama blijven rondlopen, shoppen, enzovoorts. De vragen zeggen veel over de vraagstellers en het antwoord is dan ook niet zo relevant; de vraagsteller droomt op zo’n moment van zijn eigen sabbatical.
Ik kreeg ook een vraag waar ik om moest lachen, omdat het geen moment in mij was opgekomen. Die vraag luidde: “Ga je dan niet toch stiekem elke dag even je werkmail checken?”. Ook deze vraag zegt veel over de vraagsteller. Bij mij was en is er geen enkele behoefte of neiging om mijn werkmail te checken. Een sabbatical neem ik niet voor niets. Het is ook loskomen van mijn werk en het denken over het werk stilzetten.
Wel heb ik mijzelf de vraag gesteld: wil ik (intensief) contact houden met mijn collega’s, of juist niet? Ik heb ontzettend leuke collega’s, dus voor mij is het geen straf om contact met ze te houden. En het is wel eens leuk om over andere dingen met ze te praten dan over het werk. Dat laatste lukt toch niet, want ik ben op een gegeven moment natuurlijk niet meer op de hoogte van de actuele ontwikkelingen.
Social media zijn een uitkomst. Via Twitter lees ik waar mijn collega’s mee bezig zijn (meestal heel andere dingen dan het werk) en via mijn eigen tweets houd ik hen op de hoogte van mijn bezigheden. En dat getwitter is ook gezellig; het vervangt voor mij het praatje bij het koffieapparaat.
Als je tijdens een sabbatical gaat reizen is deze vorm van contact houden (of via Facebook of andere social media) ideaal. Tenzij je echt de banden wilt verbreken, maar dan wordt het wel erg ongezellig. (Overigens denk ik dat je dan beter je ontslag kunt nemen, want dan is er kennelijk toch meer aan de hand.)
Deze week was ik op kraambezoek bij een collega en twee andere collega’s waren daar ook. Voor mijn sabbatical heb ik een klus afgerond: het maken van een strategisch corporate communicatieplan. Het moest van ver komen om terug te halen wat ik daar allemaal had in gezet, maar op een gegeven moment, al pratende, kwam het toch weer terug. Toen was het ook wel weer leuk om het er over te hebben. Ik kreeg weer even de gelegenheid om een mening over iets uit mijn vakgebied te geven en er over te discussiëren. Dat komt er tijdens mijn sabbatical niet zo vaak van.
Mijn advies aan sabbaticalisten is dan ook om zeker het contact niet te verliezen en social media op een slimme manier in te zetten.

donderdag 14 juli 2011

dinsdag 12 juli 2011

Sabbatsverlof, sabbatical, sjabbesverlof

Een sabbatical nemen gaat ver terug in de tijd. De begrippen ‘sabbatical leave’, ‘sabbatical’ en sabbatsverlof kennen een zeer lange geschiedenis, die teruggaat tot het Oude Testament. Volgens de joodse overlevering was er in het oude Media een rivier met de naam ‘Sabbation’. Deze rivier stroomde zes dagen per week, maar de zevende dag niet. Het getal zeven staat in de joodse en Bijbelse tradities gelijk aan ‘volheid’. In het Hebreeuws lijken de woorden voor volheid, verzadiging en het getal zeven sterk op elkaar. Niet alleen de achtergrond van het sabbatsverlof wordt hierdoor steeds duidelijker, ook die van begrippen als opfris- of bezinningsverlof. Voor diegenen die vol en verzadigd zijn, is het sabbatsverlof een mogelijkheid tot vernieuwing en oplading.
In de moderne tijd komen we de eerste structurele benadering van een sabbatsverlof tegen in het jaar 1880. Met een voor die tijd wel heel vooruitstrevend human resource beleid weet de Harvard University de toen bekende wetenschapper Charles Lanman te strikken. Aan hem wordt eens in de zeven jaar een sabbatsverlof van een jaar verleend. Human resource beleid avant la lettre! Bij het ingaan van het laatste fin-de-siecle hadden ongeveer tien universiteiten een structurele verlofregeling. Ruim een eeuw later kennen bijna alle Amerikaanse universiteiten een sabbatsverlofregeling.  (Bron: Gyuri Vergouw – Sabbatsverlof, verlof als persoonlijke en strategische uitdaging. Alleen nog als tweedehands bij bol.com te krijgen.)
In het Verenigd Koninkrijk is onderzocht dat 20% van de werkgevers een regeling heeft voor (on)betaald verlof voor de werknemers. 75% van de werknemers overweegt een career break te nemen en 90.000 mensen per jaar doet het daadwerkelijk (bron: Confederation of British Industry survey, 2005. Via Wikipedia). (Ik heb dit soort gegevens over Nederland niet kunnen vinden en op Wikipedia wordt verzocht het onderwerp aan te vullen met gegevens.)
Het thema is actueel (en dat zal het altijd blijven, vermoed ik). Elke generatie dertigers, veertigers en vijftigers tobt met de vraag ‘wie ben ik’ en raakt soms het spoor bijster.
In Vrij Nederland 24 (18 juni 2011) schrijven VN-redacteuren Carola Lo Galbo en Maurits Martijn een artikel onder de titel: “Wie ben ik? Verdwaalde dertigers”.
In nrcnext van 24 juni reageert journalist Marte Kaan op dit artikel met het stuk: “De ontdekking van je eigen nietigheid (dertigers hebben geen keuzestress, ze hebben een gebrek aan realiteitszin)”. Kaan ondertekent haar opiniestuk met: ‘Marte Kaan is freelance journalist en droomt van een carrière als briljant psychotherapeut, gevierd romanschrijver en immer geliefde moeder’.
Bij mijn eigen werkgever, de provincie Overijssel, is voor een artikel in het personeelsblad een oproep gedaan onder werknemers om te vertellen wat hun droombaan is. De resultaten: manager van een zorginstelling, ontwikkelingswerk in India, opvangplek bieden waar mensen hun leven weer op de rit kunnen krijgen, alleen maar met muziek bezig zijn, eigenaar van een kwaliteitsrestaurant, fulltime moeder, kraamverzorgster, de nieuwe Floortje Dessing, botenbouwer, Vespa-garagehouder, tomatenkweker in Spanje, schrijver van een bestseller.
Je vraagt je af waarom deze mensen hun droom niet volgen of voor een tijdje uitproberen. Dat kan met een sabbatical. Het kan ook helpen om juist de realiteitszin weer terug te vinden en ik durf de stelling aan dat een sabbatical een burn out of overspannenheid kan voorkomen.
Mensen zijn ook steeds meer op zoek naar een alternatieve invulling van hun vakantie. Gewoon op vakantie is niet hip en is saai. Second Sight heeft een onderzoek gedaan naar de Trends in Travel 2011 (http://www.secondsight.nl/travel/trends-in-travel-2011/ ), waaruit blijkt dat men behoefte heeft aan avontuur of juist bezinning. Beide zijn te bereiken met een sabbatical leave. Reisorganisaties, yoga- en meditatiecentra, welness-centra: ze spelen er allemaal op in. Commercieel dus eigenlijk een interessant onderwerp.
Het magazine Carp geeft 5 tips hoe je een sabbatical kunt regelen (ik vind mijn tips zeker zo interessant). http://www.carp.nl/achtergrond&localAction=details&id=12039240
De feiten
- Maar liefst 46 procent van de werknemers in Nederland baalt als een stekker dat de vakantie voorbij is, blijkt uit een onderzoek dat Unique Uitzendburo vorig jaar hield onder 2814 respondenten.
- Eén op de zeven Nederlanders wil graag op sabbatical, maar houdt het bij dromen.
- Slechts één op de 25 werknemers, wat neerkomt op enkele duizenden per jaar, gaat echt.
- Daarvan gaat tweederde minstens vier maanden weg, eenderde gaat korter.
- In ruim de helft van de gevallen betaalt de werkgever het loon door. De rest neemt onbetaald verlof op of zegt de baan op.
(Bronnen: Vakantiewerk.nl, Sociaal en Cultureel Planbureau)
Als je dit bekijkt, is het verbazingwekkend dat niet meer mensen een sabbatical nemen. Ik zeg: doen.

maandag 11 juli 2011

Niet de enige

Dat ik niet de enige ben die af en toe worstelt met wel of geen planning en hoe structuur aan te brengen, wist ik natuurlijk wel. Het feit dat ik erover schreef op mijn blog leverde dan ook enkele reacties op. Zoals deze link die iemand me toestuurde.  http://zenhabits.net/chaos/
De schrijver van deze blog, Leo Babauta, heeft naar mijn mening wel wat veel woorden nodig om het uit te leggen, maar zijn benadering is heel zen en dat spreekt me wel aan.
Kort samengevat: als je minder plant en vastlegt, sta je makkelijker open voor nieuwe ideeën, gedachten en ontmoetingen. En dat geldt uiteraard niet alleen voor mensen die een sabbatical houden

donderdag 7 juli 2011

Belangrijk moment: ik begin opnieuw

Schrijven, dat is mijn doel, of in ieder geval een van de belangrijkste doelen van deze sabbatical. Een manuscript voor een spannend verhaal ligt er al. Een manuscriptbeoordelaar heeft er al naar gekeken en van commentaar voorzien. Aan mij de mooie taak om er aan te schaven, slijpen, poetsen en het te laten glanzen.
Vandaag pak ik het manuscript weer op. Ik lees het, ik lees het commentaar, ik denk aan de allereerste versie en de veranderingen die ik (samen met de co-auteur, later redacteur Els Blocken) heb aangebracht in het verhaal, in de volgorde en in de personages. Dan ga ik even naar buiten met een kop koffie en trek wat onkruid tussen de bloemen weg. Op precies dat moment denk ik: ‘Ik moet opnieuw beginnen. Niet weer gaan schaven en veranderen, maar echt opnieuw beginnen.’
Wauw, dat is nogal wat, maar het voelt goed. Het thema laat ik niet los: vriendschap tussen vrouwen en de spanning en conflicten die kunnen ontstaan doordat er met een van de vrouwen iets gebeurt.
Goh, eigenlijk best een belangrijk moment. Volgende week ben ik alleen thuis (man naar TED Global in Edinburgh), dat lijkt me een perfect moment om een frisse start te maken. En dan ga ik nu de schuur opruimen. Wie weet wat me dat voor inzichten oplevert.

woensdag 6 juli 2011

En hoe heb ik het dan aan mijn baas gevraagd?

Eerst heb ik met een coach gepraat over wat mij drijft en waar ik enthousiast van word; meer in algemene zin. Met haar sprak ik ook over het idee van de sabbatical. En wat ik hoopte (omdat ik het een keer bij een collega had gezien die een belangrijke knoop doorhakte en ik toen dacht, ‘dat wil ik ook’): ik begon te stralen toen ik erover praatte. De coach had niet veel woorden meer nodig en moedigde me aan het door te zetten.
Met de personeelsadviseur tastte ik de mogelijkheden af en zij wees me er op dat mijn leidinggevende geen onbekende is met het fenomeen van een sabbatical, omdat zij zelf ook al twee keer haar baan had onderbroken voor een lange en kortere periode. Toen viel er een last van mijn schouders. Nog steeds vond ik het een spannende vraag om te stellen, maar de drempel werd iets lager.
Mijn beoordelingsgesprek was ingepland en dat vond ik het ideale moment om het over mijn toekomst te hebben. Ik bereidde me voor: motivatie (voor mij is dat schrijven), behoefte aan rust (een tijdje geen dwingende agenda, mail en telefoon; alle drie nogal wezenlijke onderdelen van mijn werk als woordvoerder) en nadenken over het verloop van mijn loopbaan (binnen of buiten de organisatie). Ik had in mijn hoofd een half jaar, maar was eventueel bereid te praten over een kortere periode. Voor mij was het belangrijk om weer nieuwe energie te krijgen en als dat niet zou lukken met een sabbatical, dan zou ik daar alternatieven voor moeten zoeken.
Ik zei: ‘Ik zou zo ontzettend graag een periode onbetaald verlof willen’, en lichtte mijn motivatie toe. Ik besloot met: ‘Ik vind het erg spannend om het te vragen.’ De reactie van mijn leidinggevende was: ‘En dat vind je spannend om aan mij te vragen? Ik weet er alles van en ik begrijp het heel goed.’ En direct begon ze over de praktische invulling er van. Tja, ik schreef het al: zorg ervoor dat je een baas hebt die jou een sabbatical gunt.
Natuurlijk heeft niet iedereen een leidinggevende die het zelf ook al een keer gedaan heeft, of direct enthousiast en positief is. Daarom is het belangrijk om voor jezelf een alternatief te bedenken. Als een sabbatical niet lukt, wat heb ik dan nodig? Kan ik het nog op een andere manier regelen? Twee kortere periodes over het jaar verspreid bijvoorbeeld, of twee jaar achterelkaar een lange vakantieperiode. Vergelijk het met zwangerschapsverlof. Ik heb geen kinderen, dus heb ik er nooit gebruik van hoeven maken. Op mijn 52e neem ik gewoon de verloven in één keer op die ik gehad zou hebben als ik wel kinderen had gekregen. Ongeveer.
Iets anders dat ik heb geleerd in de voorbereiding op het gesprek is dat je je vooral moet richten op je eigen wens, je droom, je gevoel. En minder op ‘wat de baas er wel van zal vinden’. Dat laatste weet je pas op het moment dat je het vraagt. Wel belangrijk is te weten wat belangrijk is voor jouw leidinggevende (geen gedoe, geen problemen maar oplossingen, een blije en positief ingestelde werknemer). Richt je daar op en blijf bij jezelf.
Nog even een praktische tip: als je langer dan een half jaar sabbatical wilt, heeft dat consequenties voor je pensioen. Je mag namelijk niet langer dan een half jaar het werkgeversdeel van de premie overnemen. Informeer bij je eigen pensioenverzekeraar hoe dat precies zit voor jouw situatie.

dinsdag 5 juli 2011

Hoe vertel ik het mijn baas?

Een sabbatical houd je meestal als je werkt en je een baas hebt. Er zijn ook mensen die een sabbatical nemen terwijl ze eigen baas zijn. Dat maakt het natuurlijk een stuk makkelijker. Zo iemand is Stefan Sagmeister. Op de TED conferentie van 2009 vertelde hij daar over: http://www.ted.com/talks/stefan_sagmeister_the_power_of_time_off.html  (Je moet even door het Zwitserse 'akzent' heen, maar dan is zijn verhaal heel interessant.) Elke zeven jaar sluit hij zijn ontwerpstudio en houdt hij een sabbatical van een jaar om weer creatief op te laden. Hij praat ook over het wel of niet maken van een planning, waar ik het in mijn vorige blog over had.
Hij maakt een belangrijke opmerking die ik heel herkenbaar vind: zodra je bedacht hebt dat je een sabbatical wilt nemen, plan hem dan direct in en vertel het aan zoveel mogelijk mensen zodat je er niet op kunt terugkomen. Dat is ook mijn ervaring. Natuurlijk wilde ik eerst weten of ik toestemming zou krijgen, maar de periode had ik al in mijn hoofd en zodra het rond was met mijn baas, heb ik het direct verteld. Daarna heb ik een aantal momenten gehad, dat ik dacht: oei, wat heb ik nu gedaan? Ga ik echt een half jaar vrij nemen? Een beetje vergelijkbaar met het nemen van je ontslag; dan merk je ook ineens dat je eigenlijk best een leuke baan hebt en dat je vooral ontzettend leuke collega’s hebt. Maar je kunt niet meer terug en dat is maar goed ook, want zo’n beslissing neem je niet zomaar.
Maar hoe vertel je het nu aan je baas. Die vraag krijg ik geregeld. Onlangs nog, tijdens de workshop Verhalen schrijven die ik volgde (gegeven door Ton Vogels. Onthoud die naam; zijn debuutroman komt volgend voorjaar uit bij Prometheus.) Van drie verschillende mensen kreeg ik te horen: dat kan bij ons nooit, of: bij de provincie kan heel veel (dat was een raadsgriffier) en ook: ja, het management mag het wel, maar wij, nee hoor. Mijn stelling is: je komt er achter op het moment dat je het vraagt.
Belangrijk is dat je je goed voorbereidt, zoals je dat ook doet voor een onderhandelingsgesprek over je salaris, bijvoorbeeld. Zorg dat je de reden waarom je het wilt, goed weet te verwoorden. Wees eerlijk. Dat lijkt een open deur, maar er komt nog iets bij. Straal uit dat je dit heel erg graag wilt. Het nemen van een sabbatical heeft vaak een positieve reden: je wilt heel graag een droom verwezenlijken, je wilt reizen, je wilt werken in een ontwikkelingsland, je wilt een creatieve boost geven aan je brein, je gaat een studie doen. Kortom: na afloop van de sabbatical zal je een medewerker zijn met nieuwe, frisse ideeën, met bijzondere ervaringen, met een nieuwe kijk op het leven of nieuwe kennis. Daar kan een baas nooit bezwaar tegen hebben.
Zorg er ook voor dat je hebt nagedacht over jouw vervanging en leg de suggestie aan je baas voor. Een leidinggevende is altijd geïnteresseerd in oplossingen en als je daar al over hebt nagedacht, hoeft hij of zij dat niet meer te doen. Bovendien laat je daarmee zien dat het je menens is.
Probeer in het eerste gesprek zoveel mogelijk af te spreken: de periode, de vervanging, de administratieve afhandeling. Spreek af dat je binnen een week definitief antwoord hebt op jouw verzoek. Zorg ervoor dat de datum van ingang pas over twee of drie maanden is, anders zet je jouw baas wel erg voor het blok en daar houden bazen niet van.
Voordat je het gesprek in gaat, heb je natuurlijk al met iemand van de personeelsadministratie gesproken en bij voorkeur ook met een personeelsadviseur. De eerste om te laten uitrekenen hoeveel het je gaat kosten (doorbetaling van de pensioenpremie en misschien nog andere zaken) en de tweede om je -indien nodig-  te adviseren hoe je het het beste aanpakt bij jouw specifieke leidinggevende en je te vertellen wat de mogelijkheden zijn binnen jouw organisatie (gebeurt het vaker, zijn er collega’s die er ervaring mee hebben, wat zijn de regels, enz.).
Het allerbelangrijkste is: zorg dat je een baas hebt die dit steunt. Dat klinkt alsof je zelf je baas kunt uitzoeken en in mijn beleving is dat voor een deel ook zo. Met een goede baas, die jouw ontwikkeling stimuleert en faciliteert, kom je nog beter tot bloei. Bij het solliciteren naar een baan, kies je dus ook je baas uit. Zo’n baas zal ook eerder geneigd zijn jou een sabbatical te gunnen. Gelukkig heb ik zo’n baas.
Binnenkort spreek ik met een aantal andere sabbaticalisten en kan ik hun ervaring over het gesprek met de baas naast de mijne leggen. Stay tuned.
Wat een sabbatical voor effect heeft op je cv en je loopbaanontwikkeling en salaris, heeft Natascha van den Berg van Regioplan Beleidsonderzoek onderzocht. Zie hier het resultaat: http://www.intermediair.nl/artikel/carrireswitch/254479/wat-doet-een-sabbatical-voor-je-salaris.html

woensdag 29 juni 2011

Hoe het begon

In april besloot ik een sabbatical te nemen. Dat was na een avondje kletsen met een goede vriendin. Ik was toe aan een volgende stap in mijn loopbaan, maar kon maar moeilijk bedenken welke stap het moest zijn. Inhoudelijk kan ik voldoende van mijn energie, kennis en expertise in mijn baan kwijt. Ik heb ontzettende leuke collega’s, twee fantastische bazen (beiden vrouwen van mijn leeftijd) en mag voor de beste gedeputeerde van Nederland werken. Ik word goed gewaardeerd en ik heb veel vrijheid om mijn werk te doen. Kortom: waarom zou ik een switch maken?
Toch zijn er signalen: ik ben moe. ’s Avonds heb ik weinig energie meer over. Ik ben altijd bereikbaar, ook op een vrije dag, al doe ik alsof dat niet zo is. Ik check mijn mail en ik heb altijd mijn telefoon aan en bij me. Mijn brein staat niet stil. Dat maakt me waarschijnlijk moe.
De bureaucratie op mijn werk irriteert me en dat uit zich in gemopper en cynisme; geen goed teken.
En ik heb een passie ontwikkeld: schrijven. Samen met een (andere) vriendin heb ik een manuscript voor een boek gemaakt, dat ik graag wil afmaken. Bovendien heb ik veel ideeën voor korte verhalen en volgende boeken. Maar wanneer doe ik dat? In mijn vrije tijd? Die is schaars en bovendien ben ik dan moe of heb andere leuke dingen te doen, zoals afspreken met vrienden of voorbereiden voor etentjes voor vrienden bij ons thuis.

Een bekend dilemma voor veel werkenden. En dan heb ik niet eens kinderen!
Ik droomde van een bestaan met heel veel vrije tijd waarin ik achter mijn laptop, omringd door mijn poezen en met uitzicht op onze geweldige achtertuin aan het ene boek na het andere zou werken. Ik zou ongelimiteerd kunnen schrijven en echt ontdekken wat dit voor mij betekent. En hopelijk een boek uitgegeven krijgen.
En daar had ik het over met die goede vriendin. Het gesprek gaf me de bevestiging dat ik iets anders moest gaan doen, maar gaf me nog geen houvast in welke richting ik wilde zoeken. Mijn baan zomaar opzeggen is geen optie.
Toen zei mijn vriendin: ‘waarom neem je geen sabbatical?’. Mijn eerste reactie was: ‘Ja hallo, dat kan toch helemaal niet. Wie betaalt dat?’ en legde de suggestie naast me neer. Maar ze drong nog wat aan en het zaadje was geplant en liet me niet meer los.
Er liggen nu dus 26 weken van vrije tijd voor me. Tijd die ik zelf mag indelen en die ik mag besteden aan schrijven. En daarnaast aan koken, tuinieren, het huis, de poezen en niet te vergeten mijn man. Kortom: aan al die leuke dingen die het leven, naast werken, zo aangenaam maken.
Over mijn ervaringen, maar ook die van anderen, zal ik de komende weken schrijven op deze blog. Ik geef tips hoe je een sabbatical voorbereidt (‘hoe krijg ik mijn baas zover?’), hoe je vermijdt in de bekende valkuilen te stappen (planning en structuur), hoe je een buitenlands verblijf tot een succes maakt en hoe je een sabbatical kunt financieren. Kortom: een ‘Sabbatical voor beginners’-blog.

Volgende keer: ‘Hoe vertel ik het mijn baas?’.

dinsdag 28 juni 2011

Wat doe je als je overal tijd voor hebt?

Ga je dan alles doen, of doe je juist helemaal niets?
Bij alles wat ik doe ben ik me er van bewust dat ik een sabbatical heb. Letterlijk alles: koffie maken in mijn nieuwe espressoapparaatje op het gas (‘heb ik nu lekker de tijd voor, want ik heb een sabbatical'); foto’s opzoeken na de reünie met oud-collega’s van ruim 25 jaar geleden (‘ga ik scannen en opsturen. Heb ik nu lekker de tijd voor, want ik heb een sabbatical'). Enzovoorts. En telkens als ik het denk, moet ik lachen en kan ik maar nauwelijks geloven dat ik pas op 1 december weer aan het werk hoef. Dat is nog 23 weken.
De eerste drie weken van mijn sabbatical begonnen met een vakantie in Italië en dat was een mooie start. Ik heb het ‘zwarte gat’ vermeden, waar wel eens voor wordt gewaarschuwd als je met (vervroegd) pensioen gaat. Ik weet dus niet of er een zwart gat geweest zou zijn en of dat er ook is bij een sabbatical. Wel weet ik dat het een heerlijk gevoel is om de maandag na de vakantie niet naar het werk te hoeven. Iedereen kent dat gevoel aan het eind van de vakantie: ‘duurde het nog maar een tijdje langer, deze vrijheid bevalt me wel.’ Dat die vrijheid voor mij nog tot 1 december duurt, maakt ontzettend blij en voelt tegelijkertijd onwennig. Wat moet ik met al die vrije tijd? Ja, een boek schrijven, dat was de bedoeling. Maar wanneer doe ik dat? Ik wil mezelf geen structuur of planning opleggen, want dat waren juist ook zaken waar ik even zonder wilde. Oké, geen planning dan en eerst maar eens genieten van deze eerste dagen thuis. Het is kloteweer, het regent en het is koud. Moet ik verdorie de verwarming ook nog aanzetten om het een beetje aangenaam te hebben thuis. Sokken aan, sloffen aan, fleecevest aan en genieten maar.
Die eerste ochtend heb ik een afspraak met de commissie van het Filmhuis waar ik deel van uitmaak. We gaan het nieuwe seizoen bespreken. Maar eerst een uurtje sporten. In de sportschool kom ik een buurvrouw tegen die me verbaasd vraagt waarom ik toch tijdens mijn sabbatical op het idee kom om op maandagochtend om negen uur te gaan sporten. Ga toch lekker uitslapen! Ik vind sport juist heerlijk en heb me voorgenomen om daar meer tijd aan te besteden. Nu ik niet veroordeeld ben tot de avonduren, is een maandagochtend aantrekkelijk. Maar ze zet me wel aan het denken.
De Filmhuiscommissie (vijf geweldig enthousiaste vrouwen uit de buurt en stuk voor stuk al lang gepensioneerd) leeft met me mee op deze eerste vrije dag thuis. Voorheen deden we dit soort besprekingen ’s avonds of in het weekend, rekening houdend met mijn werkagenda. Nu voel ik me voor het eerst echt onderdeel van de club. De bespreking is dan ook bij mij thuis en dat geeft een apart gevoel. Natuurlijk heb ik gezorgd voor appeltaart bij de koffie. Na afloop maak ik het verslag en stuur het naar ze toe.
Als ik aan het eind van de dag met mijn man aan de borrel zit (binnen met de kachel aan!), vraag ik me af wat ik allemaal gedaan heb. Ik maak een lijstje en wat leek op een middag met van alles en nog wat zonder echt doel of resultaat, blijkt een productieve middag te zijn geweest. En dat voelt ineens heel anders. Wel vraag ik me af of het leven zonder planning zal gaan werken.
De volgende dagen verlopen vergelijkbaar. Alles kan, alles mag, niets moet. Maar dat is natuurlijk niet zo. Ik zal moeten kiezen, of een lijstje moeten aanleggen van de dingen die ik naast het schrijven wil doen. En misschien is een planning toch niet zo’n gek idee. Eén ochtend slaap ik tot half tien. Voor mij een record sinds jaren. Ik voel me er bijna schuldig over. Maar: het mag want ik heb een sabbatical.
Aan het eind van de week kom ik tot een definitieve conclusie ( gedurende de week heb ik zeker drie keer verschillende conclusies getrokken): ik heb behoefte aan structuur en er is niets mis met een planning. Ik besluit de eerste helft van de week te wijden aan het schrijven en de tweede helft aan andere zaken, die ik niet inplan. Het weekend blijft het weekend voor mijn man en mij en anderen. Ik spreek ook met mezelf af dat ik deze planning ook best mag aanpassen als het anders uitkomt. Mijn belangrijkste conclusie van deze eerste week thuis is: je hebt deze week nodig om te voelen wat het betekent om een half jaar vrij te mogen invullen. Als je al ruim 30 jaar werkt, zoals ik, ligt de structuur vast en pas je de rest van je programma er op aan. Nu mag ik het zelf bepalen en blijkt dat een structuur toch fijn is. Nu extra fijn, omdat ik hem zelf mag bedenken. Het is dus belangrijk een eerste week van een sabbatical over je heen te laten komen en je bewust te worden van wat er met je gebeurt. Ik had nooit gedacht dat dat zo zou werken.