Mijn sabbatical van zes maanden kwam op 1 december aan het eind. En omdat ik met deze blog beloof mijn ervaringen te delen, lijkt het me zinvol te vertellen hoe de overgang naar het werkzame leven mij bevalt.
Zoals eerder geschreven: ik heb mij niet voorbereid op mijn terugkomst op mijn werk. Ik heb geen stukken gelezen, geen mails gezien, slechts mijn teamleider gesproken die mij kort heeft verteld welke veranderingen van belang zijn voor mij. Wel ben ik naar een borrel van mijn team gegaan, precies een week voordat ik weer aan het werk zou gaan. Die borrels zijn altijd erg gezellig en het leek mij een ideale gelegenheid om mijn collega’s in een kroegomgeving onder het genot van een drankje te begroeten, i.p.v. op kantoor met alle drukte er omheen. En dat klopte. Het was een bijzonder gezellig weerzien. Toen ik na een uurtje merkte dat veel gesprekken over het werk gingen, ben ik weer vertrokken. Ik wilde nog graag zonder al te veel werkverhalen in mijn hoofd van mijn laatste vrije week genieten.
En dan gaat die wekker. Even voor zeven. Op de wekker staat dan: 06.50 uur. Au. Nog even blijven liggen tot zeven uur en dan gaat de routine van start. Binnen het uur moet ik alles gedaan hebben. Dat is even wennen, want de afgelopen zes maanden zijn er maar weinig dagen geweest dat ik binnen die tijd gedoucht, opgemaakt en aangekleed moest zijn. En dan ook nog ontbijten. En de katten eten geven en naar buiten laten. Ach, ik zal er over ophouden. Iedereen kent dat wel.
Mijn toegangspasje werkt niet, dus moet ik mij melden bij de receptie. Ik krijg tijdelijk toegang. Mijn werkvlek (ik werk in een flexibele kantooromgeving) is tijdelijk niet toegankelijk, omdat de zesde verdieping wordt verbouwd. Tot 1 januari mag ik een werkplek zoeken op de derde verdieping. Maar ik ga eerst op zoek naar collega’s. Die zitten voor een groot deel op de vijfde verdieping. Zo, er is nu toch al ruim een kwartier voorbij. De begroeting door mijn collega’s is echt lief. Ze nemen de tijd om me te omhelzen, te kussen, de hand te schudden en te vragen hoe het met me gaat. Zo, weer een kwartier voorbij. Ik installeer mij achter een PC en kan alleen met hulp van de helpdesk inloggen. Verrassend genoeg staat er op mijn telefoon, die ik voor het eerst sinds zes maanden weer aanzet, geen enkel voicemailbericht. Mijn ingesproken mededeling was in ieder geval duidelijk. Ik ben benieuwd of mijn inbox van Outlook ook leeg is. Oeps, nee dus. 1306 berichten. Dat zijn toch al gauw ruim 10 berichten per werkdag. De berichten zijn niet alleen van de eerste paar weken (wat ik me nog had kunnen voorstellen), maar gelijkelijk verdeeld over de zes maanden. Als je dus zonder aanwezig te zijn of zelf te mailen al tien berichten per dag krijgt, begrijp ik de mail-stress beter. Daar heb ik zelf ook last van gehad.
Ik besluit om alle mails weg te gooien. Control A, delete. Dat voelt goed: beginnen met een lege inbox. Op de interne Twitter-site (Yammer) meld ik aan mijn collega’s dat ik er weer ben en al mijn mails heb weggegooid.
Ik besluit om alle mails weg te gooien. Control A, delete. Dat voelt goed: beginnen met een lege inbox. Op de interne Twitter-site (Yammer) meld ik aan mijn collega’s dat ik er weer ben en al mijn mails heb weggegooid.
Ik heb mijn oude functie weer terug, maar neem het werk over een maand pas over. Ik kan dus rustig beginnen met lezen en me inwerken. Wat een luxe. Op de tweede dag voelt het niet meer als luxe, maar als nutteloos. Ik wil weer aan de slag. Rondhangen en rustig dingen lezen, kan ik beter thuis. Dat heb ik de afgelopen maanden wel geleerd. En er van genoten.
Veel mensen vragen mij wat de sabbatical mij gebracht heeft. Daarover in een volgende blog. En over alle andere vragen die ik krijg. Een voorbeeld: heb je helemaal je werkmail niet gelezen? Al die tijd niet?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten