woensdag 7 september 2011

Wat heeft DWDD met mijn sabbatical te maken?

Niet zo heel veel. Of toch wel een klein beetje. Want ik heb nu de tijd om er over te schrijven. Anders zou ik er met mijn collega’s bij het koffieapparaat over praten en dat gaat nu even niet.
Maandagavond keek ik naar DWDD, de eerste uitzending van het nieuwe seizoen, en het viel me bar tegen. Het eerste onderwerp was interessant: hadden de Nederlandse schrijvers gelijk door wel naar China te gaan en niet het speldje van Amnesty te dragen? Een lastig onderwerp: boycotten of niet? P.F Thomése, Herman Pleij en Ramsey Nasr gingen in discussie. Althans dat was de bedoeling, maar dat lukte niet echt. Thomése zat er rustig bij, maar Herman Pleij en Ramsey Nasr hadden de bokshandschoenen aangetrokken. Geen idee waarom, maar vanaf het begin verdedigden ze tamelijk agressief hun bezoek aan China. Ik hoorde echter geen argumenten die mij overtuigden dat het een juiste keus van ze was geweest. En door harder, feller en agressiever te gaan praten word je meestal niet overtuigender. Het toppunt was dat Pleij aan het eind zei: “Nee, natuurlijk, wij zijn gewoon een stel randdebielen.” Niemand had dat gezegd. Tijdens zo’n ‘discussie’ wordt duidelijk dat ‘wij’ in Nederland geen ervaring hebben met goede debatten voeren. Wij leren dat niet op school en dat is jammer, want dat zou ten goede komen aan dit soort tv-programma’s. In Engeland of Amerika zou dat heel anders gaan. Ook in Duitsland wordt het debatteren al jong geleerd. Wordt het niet eens tijd dat het vak debatteren op de middelbare school gegeven wordt?
Vanmorgen stond in nrc.next een ingezonden brief van Yu Zang, secretaris van het Writers in Prison Committee van het onafhankelijke Chinese PEN Centrum (schrijversorganisatie die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting). Hij stelt in zijn brief dat Chinese dissidenten het zwaarder hebben door het officiële bezoek uit Nederland. Een Chinese schrijver kreeg huisarrest vanwege de boekenbeurs in Peking. En dat is geen uitzondering. Kijk, dat miste ik nu in de verhalen van Pleij en Nasr. Zij kwaakten dat de schrijvers die zij ontmoet hadden zo ontzettend blij waren met hun bezoek en het contact. Natuurlijk. Maar hoeveel schrijvers hebben zij niet gesproken, omdat zij met huisarrest thuis zaten?
Over de rest van de uitzending zal ik het maar niet hebben. (Jan Mulder die beweert dat Jan Kees de Jager niet gekwalificeerd is voor zijn ministerschap en De Jager die vervolgens gaat vertellen welke opleidingen hij allemaal gedaan heeft. Huh? Op sollicitatiegesprek bij Mulder? En wat doet André van Duijn in dit programma? Duidelijk niet zijn publiek, want gelachen werd er nauwelijks. Pijnlijk en gênant.)
Enfin, dinsdagavond zat ik weer klaar voor DWDD. Ik dacht: ik geef Matthijs een tweede kans. Ik ben de beroerdste niet. Helaas. We krijgen eerst een onsamenhangend verhaal van Joost Zwagerman over kunst en terrorisme. Vervolgens een promotiepraatje voor een documentaire over Studio Sport. De twee gezichten van Studio Sport mogen vertellen dat ze nog best samen een kopje koffie drinken en prima kunnen samenwerken. Klonk niet erg geloofwaardig, zeker niet als je de gezichten erbij zag. Dan mogen drie heren vertellen over een nieuwe Nederlandse tv-serie. Nog een promotiepraatje dus en dan is het alweer afgelopen met de inhoud. De enige die er met charisma en gevatheid bij zat was tafeldame Claudia de Breij.
Wat is er aan de hand met DWDD? Is de formule uitgewerkt? Ben ik er op uitgekeken? Of heeft het te maken met het feit dat alle (ALLE) gasten man zijn? Inclusief de optredende bands? Matthijs, doe er iets aan, of je bent mij als kijker kwijt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten